20 leerzame tips van boer Micha

20 leerzame tips van boer Micha

17 oktober 2021 0

Micha is boer én profeet. Hij komt uit een dorpje dat vlak bij het gebied van de Filistijnen ligt. Micha komt uit de tijd van Jesaja en heeft 700 jaar voor de geboorte van Christus een aantal dingen gezegd. Dit is vormgegeven in een boekje van zeven hoofdstukken. Micha verkondigt de ondergang van Jeruzalem, wat ook later zal gebeuren wanneer het volk Israël in ballingschap gaat. Hij sprak in de tijd van Jotham, een goede koning; Achaz, de meest goddeloze koning ooit van Juda en Hizkia die een zeer goed gelovig koning was die het volk heeft teruggebracht bij God. Wat kunnen we verder leren van deze boerenprofeet?

1. Luister, volken, allemaal!

Micha sprak niet tot Israël of Juda, nee. Micha’s eerste profetie begint met de woorden ‘luister, volken, allemaal!’. Je zou dit kunnen interpreteren dat de boodschap van Micha nog steeds relevant is. Hij vond het in ieder geval zelf een erg belangrijke boodschap. Hij gelooft dat hij Gods woorden spreekt. Het is dus belangrijk om te beseffen dat Gods Woord het luisteren waard is. Niet alleen de boodschap van Micha, maar ook de andere verhalen uit de bijbel.

2. Niets houdt God tegen!

Micha spreekt heel beeldend. Over bergen die smelten, dalen die splijten en wat er dan van een helling stort. De Statenvertaling (vertaling die oorspronkelijk komt uit 1637) zegt dat zeeën gekliefd worden. Al het water stroomt dus weg en maakt ruim baan voor God. Niets houdt God tegen, als God een keuze gemaakt heeft dan zal het ook zo gebeuren. Daarom is het goed om te onthouden dat God een grote God is, nog vele malen groter dan wij ons kunnen voorstellen.

3. Hoe komen ze aan de afgodsbeelden?

Israël is op haar eigen manier gaan geloven. Niet meer vertrouwend op God, maar ze hadden afgoden. Weet je waar ze het geld vandaan haalden om die beelden te maken? Tempelprostitutie. Ze liepen te tippelen bij de tempel. Een plek waar ze God zouden moeten ontmoeten en God eer zouden bewijzen. Jezus zal ruim 700 jaar later met zweep door het tempelplein heen halen, want ze maakten van de tempel een rovershol (Marcus 11:17). In de tijd van Micha was het niet anders. Afgoden zijn natuurlijk niet goed (komen we later op terug), maar de manier waarop het geld bij elkaar geraapt is, gaat helemaal te ver.

4. Wat moeten ze wel niet van ons denken?

Vertel het niet in Gat’ zegt Micha. Gat is een plaats van de Filistijnen. Hij wil niet dat ze horen over de latere verwoesting van Samaria (de hoofdstad van Juda). Micha wil niet dat Juda bespot wordt of uitgelachen. Als ik kijk hoe het soms met ons land gesteld is, dan vraag ik mij ook wel eens af wat andere landen wel niet van ons moeten denken? Hoe landgenoten omgaan met vluchtelingen, het woningtekort en de verdeeldheid die is ontstaan door Corona. Ik schaam mij soms ook wel echt voor de verdeeldheid in het land. Kijk alleen al naar de politiek. Er zijn 19 politieke partijen in de Tweede Kamer. Hoe moeten ze samen het land vertegenwoordigen?

5. Vertrouw op de Heer

Weet je waar het allemaal is begonnen met de zonde van Israël? In het plaatsje Lachis. Wat is daar gebeurd? In de tijd van Salomo had Salomo in Lachis een leger met paarden klaarstaan. De cavalerie. Het leger was zo groot en sterk dat ze daarop vertrouwden, in plaats van op God. Terwijl het goed is om op God ter vertrouwen. Precies zoals in Psalmen 33:16-22 beschreven staat.

6. Het tiende gebod

Ken je dat gevoel dat je ergens wandelt en je ziet een prachtig huis. Je wordt er eigenlijk jaloers op dat je er zelf niet woont. Dat is goed te begrijpen. In de tijd waar Micha over spreekt waren ze niet alleen jaloers op de huizen. Ze namen het ook met geweld over. Ze handelden onethisch naar de bewoners. Door de krappe woningmarkt en het slechte beleid op de woningmarkt stijgen de huizenprijzen de pan uit. Een student moet maximaal bijlenen voor een woning en een starter moet terug naar z’n ouders. Huisjesmelkers kopen huizen op en zorgen ervoor dat ze alleen maar rijker worden. Kijk, het hebben van veel woningen en pandjes is op zich wel oké. Maar ga dan ook fatsoenlijk met je bewoners om. Anders overtreed je het tiende gebod: ‘zet uw zinnen niet op het huis van een ander’.

7. Ah joh. Het komt toch wel goed

De omstanders waar Micha tegen profeteert doen hun vingers in hun oren. Precies zoals Memphis Depay doet als hij een doelpunt gescoord heeft. De omstanders zeggen eigenlijk dat Micha moet ophoepelen met zijn geblaat over een ondergang. Ze willen niet horen wat ze verkeerd doen. Dat is eigenlijk net als nu. We mogen het in de kerk niet meer over ‘zonde’ hebben, we moeten dat thema met gepaste voorzichtigheid benaderen. We horen liever een bemoediging of we worden getroost. ‘Doe maar niet zo streng, want anders ga ik naar een andere kerk’. Ze denken eigenlijk ‘ah joh. Het komt toch allemaal wel goed’.

8. De zon schijnt niet altijd

We willen dus eigenlijk alleen maar goed nieuws horen. Het leven is een suikerspin, je loopt op rozen en bij ons schijnt altijd de zon. Ja helaas is dat gewoon niet zo. We kunnen dan de weerman wel negeren als die zegt dat het gaat regenen en dan zonder paraplu naar buiten gaan. Maar dan word je wel nat. Dat zegt Micha eigenlijk ook. Als er geprofeteerd zou worden over alcohol dan gaan de deuren open. Maar het volk gaat de confrontatie uit de weg. Wat doe jij? Ga jij de confrontatie aan en sta je open voor verbetering?

9.  De goede herder

Wezen worden tot slaaf gemaakt en weduwen uit hun huizen gehaald. Zonder de intentie om ze weer hun vrijheid te geven. Buiten het feit dat dit al verschrikkelijk is, zelfs voor die tijd gaan ze ver over een grens. God had over dit onderwerp een wet gegeven. Dat heet het jubeljaar (Leviticus 25). Dan moeten mensen hun land weer terugkrijgen. Het was een middel om mensen hun vrijheid terug te geven. Diegene die deze regels overtreden zijn rovers. In tegenstelling tot Jezus, Hij is de goede Herder.

10. Durf in de spiegel te kijken

Micha richt zich in deze verzen op de leiders van het volk. Even ter verduidelijking, ze zijn leiders van het volk van God. Dat zou toch een enorme eer moeten zijn? Dan doe je toch ontzettend je best om zo goed mogelijk leiding over het land te geven? Deze leiders niet. Vers 2 en 3 zijn ook niet voor de zwakke maag. De leiders zijn zover van God afgelopen, dat ze niet meer weten wat goed is. Ze weigeren ook te luisteren. Daarom zal God ook niet reageren als ze Hem om hulp vragen. Het is dus goed om in de spiegel te kijken. Geconfronteerd te worden met wat je verkeerd doet. Zodat je een beter mens wordt. Voor jezelf en voor je omgeving.

11. Kijk naar wat er staat

Er zijn heel veel valse profeten. Die liegen en proberen bevriend te zijn met mensen met aanzien. Ze zijn niet confronterend en voorspellen zoals we zagen in punt 8 alleen maar mooi weer. De valse profeten gaan nog een stapje verder. Ze verdraaien de woorden van God. Heel veel kerken en gelovigen spreken dat we in het christelijk geloof geen regels hebben, want Jezus is voor ons aan het kruis gestorven. Dat is wel erg makkelijk om te zeggen. Daarmee geef je mensen eigenlijk toestemming om zonder pardon te zondigen. Kijk daarom wat er daadwerkelijk in de bijbel staat. Er zijn omgangsnormen waar we ons aan moeten houden. Als het dan mis gaat is er uiteraard genade en vergeving mogelijk. De bijbel is heel duidelijk over voor wie die genade en vergeving bedoeld is. Kijk daarom naar wat er staat en spreek niet vanuit overtuigingen waarmee je mooi weer voorspeld.

12. Doe niet alles voor geld

Als je weleens naar het programma BOOS van Tim Hofman kijkt dan zie je afleveringen met er heel mensen en bedrijven die koste wat het kost financieel rijk willen worden. Dat ze over een bepaalde morele grens gaan en eigenlijk geld van mensen aftroggelen. In de tijd van Micha gebeurde dat ook. Er wordt geprofeteerd voor geld en priesters laten zich omkopen voor geld en geschenken. De basis van ontvangen is niet om er zelf beter van te worden. Ontvangen gaat altijd gepaard met geven. Er onbaatzuchtig voor mensen zijn en ze iets geven wat ze nodig hebben. Je hoeft niet alles voor geld of cadeaus te doen. Heb de ander lief.

13. Volle kerken?

Wat een verschil tussen het eind van hoofdstuk 3 en het begin van 4. Ik zou liever veel meer over deze verzen willen zeggen. Maar dan ben ik alleen maar een mooi weer voorspeller. Ooit zal de tempel van de Heer boven op de berg staan en volken zullen samenkomen. Ik kan daar alleen maar van dromen. Weer volle kerken! Helaas heeft corona het kerkverlatingsproces versneld. Hoe mooi zou het zijn als de kerk midden in de samenleving zou staan. Dat we met elkaar kunnen zeggen dat we vertrouwen op God. Dat de kerk een plek is voor iedereen die zoekt naar vrede en liefde. Waar ook ter wereld. Waar ze ook vandaan mogen komen.

14. De laatsten zullen de eersten zijn

God brengt de mensen weer bij elkaar en wil hun Koning zijn. De kreupelen, armen en zieken waren al de sigaar door het beleid van de leiders van Israël. Later wordt ook deze groep in ballingschap gezet. Ze waren dus dubbel de sigaar. Toch bleven ze vertrouwen op God en God zal ervoor zorgen dat de ‘verstrooiden’ weer bij elkaar gebracht worden. God zal er een groot volk van maken. Dit komt een beetje overeen met de woorden uit Mattheus 20:16: de laatsten zullen de eersten zijn.

15. Er komt een koning aan

In het eerste vers van dit hoofdstuk spreekt de Heer die zegt dat er uit ‘Mij’ een heerser zal voortkomen. De wijzen uit het oosten citeerden deze tekst toen ze voor Herodes stonden. We geloven nu dat deze tekst de aankondiging van de geboorte van Christus is. Hoe bijzonder is het dat 700 jaar voor Christus deze tekst al uitgesproken werd? Als we eerdere hoofdstukken lezen dan lijkt het net alsof er van Davids koningshuis niets meer over zal blijven. Dan wordt er geprofeteerd over Bethlehem. De geboorteplaats van Christus dat te klein is om tot Juda’s geslachten te behoren. Onnoembaar klein is Bethlehem en toch zo belangrijk. Het evangelie van Christus is een van tegenstrijdigheden. Die tegenstrijdigheden beginnen al 700 jaar voordat Hij geboren wordt.

16. De bergen kijken mee

Er komt een rechtszaak aan. Aangespannen door God. God noemt gelijk de getuigen op. Dat zijn de bergen en de heuvels. Dan kan je denken: wat maakt dat nou uit? Nou het volk vereerde afgoden. Ze organiseerden happenings om dat te doen. Dus het vereren van de afgoden deden ze tussen de bergen en de heuvels. Wat zal Israël nu bang zijn. Ze weten dat ze in deze rechtszaak geen schijn van kans hebben. Ze zijn schuldig en iedereen weet het. Hoe moet het nu verder met de relatie tussen God en het volk? Waarom hebben ze die afgoden nou nog niet weggedaan?

17. Een kleine heads-up

God vraagt ook aan Zijn volk wat Hij misdaan heeft en waarom ze Hem gekweld hebben. Reageren doet het volk niet. Dus herinnert God hen aan wat Hij voor hen gedaan heeft. De Heer zegt trouwens ‘Mijn volk’, waarmee Hij wil laten zien dat Hij hen niet verlaten heeft. In twee verzen legt God heel duidelijk de vinger op de zere plek. Hij doet een appèl op het volk. Om hen te herinneren wat Hij allemaal gedaan heeft. Wat best beschamend is, dat zouden ze moeten weten. Ken jij vanuit jouw opvoeding de verhalen uit de bijbel? Wat God heeft gedaan voor mensen als Noach, Mozes, Jozua, David en vele anderen? Hoe Hij Jezus aan het kruis liet sterven voor ons? Wat is jouw reactie op al die verhalen? Doe je er niets mee en zit je tussen de heuvels en de bergen jouw afgoden te vereren? Of doe je wat de Heer van je vraagt? Wat dat is, lees je in het volgende punt.

18. Wat moeten we doen?

Het volk lijkt te begrijpen dat ze toenadering tot God moeten zoeken. Ze denken gelijk aan de reglementen met hoe je, waar, welk offer zou moeten doen. Ze denken aan brandoffers, eenjarige stieren, duizenden rammen, olie dat stroomt in tienduizenden beken en het allerergste wat ze willen aanbieden is hun oudste kind. Ongelooflijk! Ze zien God als een afgod, die je kunt pleasen met offers. Is dat niet iets wat wij ook doen? God willen tevreden houden door iets te geven? Het gaat om de richting en de houding van ons hart. De reactie op hun vraag is dan ook ‘jullie is gezegd wat goed is en jullie weten wat de Heer wil’. Het is allemaal niet zo moeilijk. Trouw betrachten en nederig de weg te gaan van God. Oftewel je naaste liefhebben als jezelf en de Heer liefhebben zoals staat in Lucas 10:27.

19. God roept ons

Sommige stukken tekst uit dit Bijbelboek zijn lastig te begrijpen. Dit stuk begint met dat de Heer roept. Het gaat in dit geval om Samaria in Israël. Punt 18 ging over Jeruzalem in Juda. Er klinkt weinig hoop in de woorden die hier geschreven staan. Wat het volk allemaal verkeerd doet en de straf die ze krijgen. Het is niet mals. Toch heeft dit roepen van God een liefdevolle aard. Net als dat God riep naar Adam en Eva met de vraag waar ze waren, zo roept God nu ook om toenadering. God roept met de vraag ‘kom naar huis’. Zo geloof ik dat God ons altijd zal roepen.

20. Wie is aan God gelijk?

Het Bijbelboek eindigt met een lofzang aan God. Met een aantal overtuigingen waarvan het goed is om die in je hart te bewaren. God is namelijk een God die vergeeft. Hij blijft niet boos en laat liever Zijn trouw aan ons zien. Hij zal zich over ons ontfermen en onze zonden teniet doen. Dat zijn nog eens fijne overtuigingen om te blijven herinneren.

close

Tips en inspiratie in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week inspiratie voor geloof en zingeving in je dagelijks leven.

Tim Wildeman
Tim Wildeman