MENUMENU

Allemaal anders

Nederlands is de moedertaal van een minderheid in mijn wijk. In winkels, op straat, in trams en op het schoolplein, hoor ik veel talen die ik niet versta. Er klinkt Arabisch, Turks, Pools, Russisch en Bulgaars, naast veel meer talen uit heel de wereld.

Al die talen brengen weer gewoontes en verwachtingen omtrent gedrag mee. Niet verstaan betekent  méér dan dat ik niet letterlijk begrijp wat mensen zeggen. Ik begrijp ook niet precies wat ze van mij verwachten als we elkaar tegenkomen. Ik weet niet wat ze belangrijk vinden in de omgang met elkaar. Ik weet niet hoe ze naar de wereld kijken, naar mensen, naar relaties tussen man en vrouw, ouder en kind, naar de natuur. Hoe staan ze in het leven? Wat maakt het leven voor hen de moeite waard? Waar geloven ze in?

Lastig

Ik zou willen dat ik elke dag van deze culturele rijkdom kon genieten. Maar als ik eerlijk ben is dat niet altijd zo. Het is soms best lastig. Ik verlang wel eens terug naar een omgeving waarin ik iedereen verstaan kan. Waarin we het met elkaar eens zijn over normen en waarden. Soms komen vragen in me op. Hoe is het zo gekomen? Waar komt deze enorme diversiteit vandaan? Wat betekent dit voor de Nederlanders die hier al vanouds wonen? (Zelf woon ik hier pas twee jaar.) Hoe komen we tot onderling begrip, tot saamhorigheid?

Met deze vragen kom ik bij het verhaal over de toren van Babel terecht (Genesis 11:1-9). Dat verhaal gaat over de vraag waarom de mensen verdeeld zijn in volkeren met verschillende talen en culturen. De verteller was zich bewust van de diversiteit in de wereld. Vanuit die ervaring stelde hij de vraag: waarom zou God ons zo gemaakt hebben? Als wij allemaal mensen zijn, afstammelingen van de eerste mens Adam, waarom zouden we dan niet dezelfde taal spreken? Waarom die spraakverwarring?

Toren van Babel

De verteller in Genesis 11 zegt er dit over:

 Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. …  Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ … Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’

 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik.  Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. …

Ergens goed voor

Mijn eigen vraag begint bij de ervaring dat het lastig is dat ik andere mensen niet begrijp. Vanuit die ervaring lijkt de culturele diversiteit een probleem te zijn. De verteller van het verhaal draait de vraag om. Stel dat er geen diversiteit zou zijn, wat zou er dan gebeuren? Zou het kunnen dat de verschillen in taal en cultuur ergens goed voor zijn?

Twee gedachten uit dit verhaal vind ik behulpzaam. In het verlangen naar eenheid in taal en cultuur zit iets heerszuchtigs. Diversiteit dwingt tot bescheidenheid. En dat is goed voor mij (ons). Daarnaast geeft diversiteit ruimte om een eigen kant op te gaan. Allemaal dezelfde taal en cultuur, hetzelfde geloof: daar zijn we, Bijbels gezien, niet voor gemaakt. Dit geeft lucht. Toch wel mooi, diversiteit!

 

Foto: Diversity, door OregonDOT (2013), op Flickr

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars