MENUMENU

Ayrton Senna: christen met een scherp randje

Ajax of Feyenoord. Beatles of Rolling Stones. Coca-Cola of Pepsi. Klassieke tegenstellingen tussen sportclubs, rockbands of merken met elk een trouwe schare volgelingen. Je bent voor de een en tegen de ander. In 1988 ontstaat nog zo’n tegenstelling en wel in Formule1, de hoogste klasse van de autosport: Ayrton Senna of Alain Prost.

Senna verongelukt in 1994 en sinds die tijd ben ik gefascineerd door wie hij was en waarom hij deed wat hij deed. Want zijn daden op de circuits leken lang niet altijd te passen bij zijn geloof in Jezus.

Zondagavond 21 oktober 1990. Op het Journaal komt een beeld voorbij dat me nooit meer loslaat: een wit-rode raceauto met uit de open cockpit een kanariegele helm boort zich achterin een bloedrode Ferrari met op de neus de nummer 1. Ik ben 13 jaar en heb zoiets nog nooit gezien. Ben al jaren fan van Ferrari, maar heb me niet eerder in autosport verdiept. En zie hoe Ayrton Senna, in zijn McLaren-Honda in de wereldberoemde Marlboro-kleuren, wraak neemt op zijn aartsrivaal Alain Prost, de regerend wereldkampioen Formule1, in zijn Ferrari. De Grand Prix van Japan is na een paar honderd meter voor beide kemphanen voorbij. Het kampioenschap gaat voor de tweede keer naar Senna.

Al die details leerde ik jaren later pas. Ik wist dus ook niet dat deze race de apotheose was van een bittere strijd tussen Senna en Prost die drie seizoenen had geduurd. Maar ik had wel m’n hart verloren. Aan de sport, aan de heldenverhalen, en aan Alain Prost, de coureur van ‘mijn’ team, Ferrari. Maar, na diens dood in 1994, ook aan Ayrton Senna. Want de man die in zijn thuisland Brazilië een halfgod was, bleek een heel gelovig mens. En ik verwonderde me over het feit dat deze volgeling van Jezus, die daar zo open en oprecht over had gesproken, in staat was zijn rivaal van de baan te rijden met 300 op de teller.

Keerpunt in sportieve prestaties en geloofsleven

Ik spoel een paar jaar terug, naar het Hemelvaartsweekend 1988, waar de derde race van dat jaar verreden werd, in Monaco. Prost en Senna reden dat seizoen allebei voor het McLaren-team. Ze waren oppermachtig en zouden van 16 races van dat seizoen er samen 15 winnen, en in totaal 10 races als eerste én tweede finishen.

Het stratencircuit van Monte Carlo was voor Senna de ultieme uitdaging. Hij was er dat weekend oppermachtig. Had de minder dan drieënhalve kilometer door de straten van het stadstaatje tijdens de kwalificaties afgelegd in een tijd die anderhalve seconde sneller was dan Prost. In wat effectief dezelfde auto was! Dat verschil was een eeuwigheid. Ook in de race kon niemand aan de Braziliaan tippen. Na de eerste ronde had Senna al ruim drie seconden voorsprong. In de vijftig daarop volgende anderhalf uur bouwde hij die voorsprong gestaag uit met gemiddeld ruim een seconde per ronde. Om vervolgens een fout te maken. Een domme beginnersfout. Terwijl de zege voor het grijpen lag.

Wat coureurs in zo’n situatie meestal doen, is de omstandigheden de schuld geven. ‘Ik had een lekke band’, ‘De auto had een technisch mankement’, of ‘Er lag olie op de baan’. Senna maakte zich daar bij andere gelegenheden ook schuldig aan, maar deze keer niet. Hij gaf toe dat hij zijn concentratie had laten vieren. Dat hij — en hij alleen — een fout had gemaakt.

Senna’s uiterst pijnlijke moment van menselijk falen, bleek van onschatbare waarde voor zijn sportieve prestaties, want van de volgende acht Grands Prix won hij er maar liefst zes. Maar de gebeurtenis bleek ook een katalysator voor zijn geloofsbeleving.

Diep geloof, en nooit te beroerd erover te spreken Fotografen

Fotografie: CANNIK, via licentie op flickr.com

Senna was rooms-katholiek, maar hij ging nauwelijks naar de kerk. Niet vreemd als je de helft van het jaar de wereld over reist, en om de week op zondagmiddag je leven waagt op het circuit. Wat hij wel deed, beschreef Malcolm Folley in ‘Senna versus Prost’: “Hij gaf er de voorkeur aan in zijn eentje de Bijbel te lezen en bestuderen. Hij las uit de Schrift in het vliegtuig en in hotelkamers. Zijn religieuze overtuigingen voedden en vormden hem als mens en hij had er geen moeite mee dit in het openbaar uit te spreken.”

In een interview met ‘Strijdkreet’, het blad van het Leger des Heils, sprak Senna over zijn geloof en de rol die de crash in Monaco in de vorming daarvan had gehad. “Het ongeval heeft me veranderd, psychologisch en geestelijk. Het was de grootste stap in mijn leven, als autocoureur en als man. Het heeft me dichter bij God gebracht.” In een ander interview zei Senna: “Ik geloof in God, door Jezus. Zo ben ik opgevoed, maar ik dreef daar misschien van weg. En plotseling keerde dat om. Dingen die in mijn autosportcarrière zijn gebeurd, hebben een grote bijdrage aan die ommekeer geleverd. Het was een opbouw van elementen die een piek bereikten, en toen beleefde ik een soort crisis. Monaco was de piek.”

Biograaf Christopher Hilton haalt in ‘Ayrton Senna. The Whole Story’ de bisschop van Turo aan. Die raakte in gesprek met Senna, nadat de Braziliaan in 1991 een lezing had gegeven aan studenten aan een Schotse kostschool. “Hij had een heel diep geloof”, zei de bisschop. “Ik zou hem haast een wedergeboren katholiek noemen. Hij was met het geloof opgevoed, maar op een of andere manier kregen we allemaal de indruk dat het, op een gegeven moment in zijn leven, vernieuwd was en dat hij een zeer diep geloof vond. Wedergeboren is een buitengewone uitdrukking, maar men voelde dat hij op een of andere manier zijn geloof had herontdekt.”

Beide gevolgen van de race in Monaco kwamen samen in de voorlaatste Grand Prix van 1988. Na een slechte start, waarbij Senna van de eerste plek terugviel naar de achtste, vocht de Braziliaan zich in 27 ronden terug naar de tweede plek. Vervolgens ging hij teamgenoot en rivaal Prost voorbij, om daarna onbedreigd naar de overwinning en zijn eerste wereldkampioenschap te rijden. Terwijl hij over de finish reed, wild zwaaiend met zijn armen, hoorden zijn monteurs over de boordradio lachen en huilen, schreeuwen en zingen, in een taal die ze niet konden beschrijven. “God was bij me in die laatste ronden”, zou Senna later zeggen. “Ik heb God gezien.”

Kritiek op het gedrag van deze gelovige mens

Senna’s geloofovertuigingen, en zijn openheid daarover, leverden hem veel, heel veel kritiek op. Want wat hij op de baan uithaalde, leek met dat geloof niet altijd te rijmen. Bijvoorbeeld toen hij tegen het einde van de Grand Prix van Mexico in 1987 van de baan raakte en in het grind bleef steken. De officials die hem probeerden weer de baan op te duwen, kregen dat niet voor elkaar. En moesten hun pogingen bekopen met een flinke tik van Senna. Hiervoor kreeg de coureur later een boete van 15.000 dollar.

Parrot

Fotograaf: PSParrot, via licentie op flickr.com

Toch kwam deze gebeurtenis niet uit de lucht vallen. Want vanaf zijn eerste meters in een Formule 1-race, in 1984, was Senna erop gebrand Prost te verslaan, ja te vernederen. Waarom Prost? Omdat de Fransman in die periode de beste, effectiefste en efficiëntste coureur was van allemaal. In ’83 en ’84 tweede in het kampioenschap, en ’85 en ’86 zelf wereldkampioen. Dus toen Senna voor 1988 naast Prost bij het McLaren-team kwam, stond de uitkomst bij voorbaat vast: een van beiden delft het onderspit. En iedereen zal het met me eens zijn dat een sportmens een enorme wil moet hebben om te winnen, maar je grootste rivaal koste wat kost willen uitschakelen, is heel andere koek.

Van verschillende gebeurtenissen in 1989 en 1990, tijdens de hoogte- en dieptepunten van zijn strijd met Prost, vond Senna dat die tegen hem als persoon gericht waren. (Het voert te ver om daarop in te gaan, maar als je precies wilt weten wat er is gebeurd, bekijk dan de (ietwat gekleurde, maar toch heel boeiende) documentaire ‘Senna’ eens.) Dat leidde uiteindelijk tot het moment waarmee ik deze post begon, namelijk dat Senna Prost ongenadig van de baan ramde. En zo, aldus fans, journalisten en mede-coureurs, niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn tegenstrever én dat van officials en de mensen op de tribune in gevaar bracht. ‘Mooi geloof is dat’, was de niet erg verrassende reactie.

‘Niets kan mij scheiden van de liefde van God’ Grafsteen

Fotograaf: Daniel Incandela, via licentie op flickr.com

Ayrton Senna: een man die getuigt van zijn geloof, een diepbeleefde ervaring met God heeft gehad, en dat niet onder stoelen of banken steekt. Maar ook: een man die koste wat kost zijn rivalen op het circuit de baas wil zijn. Ik vind dat een fascinerende combinatie. Misschien wel omdat ik er iets  van mezelf  in herken. Want enerzijds voel ik me geliefd door de Heer en ben ik Jezus dankbaar voor zijn voorbeeld en zijn offer. Maar anderzijds ben ik net zo vatbaar voor de verleidingen van de wereld als ieder ander. En daarmee komt een man als Senna, die in zijn thuisland als halfgod aanbeden werd, toch heel dichtbij.

Een troostrijke gedachte over Senna’s relatie met God vind ik deze. “Op die laatste ochtend”, zei Senna’s zus Viviane, “werd hij wakker, opende zijn Bijbel, en las een tekst dat hij het grootste geschenk van alle zou ontvangen, namelijk God zelf.” En het feit dat er op zijn kleine, koperkleurige grafsteen staat: Nada pode me separar do amor de Deus — niets kan mij scheiden van de liefde van God.

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
Christiaan W. Lustig

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars