MENUMENU

“Heel lang dacht ik dat kerkmensen te vertrouwen waren”

Ik kan niet tegen onrecht. Niet in de grote - boze - wereld, maar zeker niet in de kerk.

Heel lang meende ik dat onrecht in de kerk niet voorkwam. Mensen die bij de kerk horen, zijn eerlijk, betrouwbaar, dacht ik. Ze gaan netjes met elkaar om. Ze willen niet de baas spelen. Ze beduvelen de boel niet. Wat een naïef meisje was ik! Wat een vergissing! Wat een teleurstelling! Nee, meer nog: mijn absurd late ontdekking van onbetrouwbaarheid en onrecht in de kerk maakt mij soms ‘zum Tode betrübt’.

Afgehaakt

Ik ben niet de enige die loopt te tobben over de kerk en haar tekorten. Regelmatig spreek ik mensen die zijn gekrenkt en beschadigd doordat de kerk geen veilige plek bleek te zijn, doordat kerkmensen niet te vertrouwen waren. Regelmatig spreek ik mensen die er daarom niet meer komen, die zijn afgehaakt, een beetje of helemaal.

Veilig

En dat terwijl God – daar ben ik van overtuigd – een bloedhekel heeft aan onrecht en onbetrouwbaarheid. Psalm 33: 5: “God heeft recht en gerechtigheid lief”. Gelukkig maar, want: zou jij kunnen geloven in een God die eerlijkheid aan z’n laars lapt? Ik denk dat het mij niet zou lukken. Eigenlijk weet ik dat wel zeker. Hoe kan ik mij in vredesnaam veilig voelen bij een God die ten diepste niet te vertrouwen is. Dat lukt mij niet.

Recht

Nee, ik geloof dat God net als mij huilt om al het onrecht, in de wereld en zeker ook in de kerk. Hij is net als ik ‘zum Tode betrübt’. Meer nog: hij geeft mij de opdracht om alles wat niet in de haak onder ogen te zien én er tegen te vechten. Eén van de profeten schrijft dat zo: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God” (Micha 6: 8).

Afbeelding: De toren van de kerk van Ezinge, Bayke de Vries

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars