MENUMENU

Carnaval

Ik schrijf een brief. Ik zet de laatste punt, haal hier en daar een komma weg, maak drie korte zinnen van één lange. Ik lees wat ik geschreven heb en weet dat het niets uit zal maken. Het gesprek ging zoals gesprekken gaan.

De eerste zin is niet bedoeld om mee te tellen, het strookje langs de postzegels dat je afscheurt en in de prullenbak gooit. Een vraag, inleidend nog. Maar dan een frons, een bijzin misverstaan. Een aarzeling.

Ik antwoord maar mijn woorden zoeken naar houvast, tasten geblinddoekt rond. Er klopt iets niet. Ik spartel, ergens moet de doorgang zijn naar kalmer water. Ik recht mijn rug en luister, luister terwijl ik praat. Ik krijg de tuner niet goed afgesteld. De ruis blijft. Het afscheid, handen, jas. Een poging tot een grapje. Dag! “Je hoort van ons.”

Dat hoeft niet, denk ik, want ik weet het al. Opeens is een half woord weer genoeg. Ik weet weer wat ik hoor en zie en zeggen wil. Ik ben voor niks gekomen.

Ik reed naar huis. De telefoon ging op de afgesproken tijd. “Tot onze spijt…” Als je alleen praat om gepraat te hebben rest er geen andere afronding dan een cliché.

Ik pak een envelop, plak er een postzegel op en ga. De deur van het café naast ons zwaait open. Muziek waait in mijn gezicht. O ja, denk ik, ‘t is carnaval.

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars