Dat vreemde woordje hoop

Hoop doet leven. Maar hoe ga je ermee om als er in een situatie geen hoop meer is? Anja gaat met hoop naar de oogarts en krijgt een moeilijke boodschap te verwerken.

Vorige week moest ik voor de zoveelste keer voor controle naar de oogarts. Samen met mijn broer reed ik er naartoe. Gezellig, maar ook noodzakelijk, want de arts gooit er een bepaald soort druppels in, waardoor mijn wereld voor een aantal uren heel wazig is en autorijden niet verantwoord.

Hoop doet leven

Ik had een nieuwe arts en assistent dus ik dacht: ik ga eens vragen of er nog kans is op herstel en zo ja, hoeveel. Mijn vorige arts had me verteld dat herstel een kans was van 1 op een miljoen. Maar ‘hoop doet leven’ en zeker bij mij. Ik ben iemand die zich niet zomaar ergens bij neer wil leggen. Als ik ook maar ergens een heel klein sprankeltje hoop zie, ga ik ervoor.

Ik werd binnengeroepen bij de assistent en daar vroeg ik al:  ‘kunnen de sliertjes en dwarrels die constant in mijn gezichtsveld zijn, niet weggezogen worden of zo?’ ‘Nou’, zei hij, ‘dat is volgens mij een riskante operatie maar vraag het straks maar aan de arts zelf’. Vervolgens gooide hij de druppels er in en moest ik weer wachten in de wachtkamer.

Het gordijn

Na een poosje werd ik door de arts binnengeroepen. Op mijn vraag naar het weghalen van de slierten en stipjes, keek hij nog eens beter en schrok inderdaad van ‘het gordijn’ zoals hij het noemde wat voor mijn oog slingert en bij elke beweging van pupil meebeweegt. Hij ging me uitleggen dat opereren wél zou kunnen maar dat dit dan een soort van Russische roulette zou worden, waarbij de kans van slagen net zo klein was als groot. En dat ik dan mijn zicht helemaal kwijt zou kunnen raken. Ik zei toen direct: ‘nee laat maar, ik ben blij met wat ik nog kan zien en dit risico wil ik niet lopen.’

Een illusie armer

En zo ging ik naar huis. Een illusie armer. Geen hoop. Want ja: ik had toch altijd ergens nog zoiets van: ze kunnen dat nu wel zeggen, maar de techniek wordt toch steeds beter, wie weet… wie weet. En die hoop, dat verlangen gaf mij ook kracht om de moed er in te houden en de tegenslagen op te vangen als er wéér eens een fikse ontsteking was.

En nu? Nu een paar dagen later? ‘Er is altijd hoop’, heeft voor mij een andere dimensie gekregen. Ik heb de dag en de nacht die erop volgden in een diep zwart gat gezeten en flink wat tranen gelaten. Mijn verwachtingen waren weggevaagd. Geen zicht op complete genezing. Ik moest mijn hoop en kracht ergens anders vandaan halen. Voor mij is dat Jezus, die zegt: ‘Ik ben er en IK ga met je mee hoe lastig het soms ook is en hoe teleurgesteld je nu ook bent.’ De oogdruppels zijn uitgewerkt, de tranen weg en ik heb weer hoop: hoop op Jezus.

Hoe gaan jullie om met verlies van hoop? En wat of wie geeft jou hoop?

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars