MENUMENU

Dochter van God

Bij ons op zolder staat een klein doosje met haar persoonlijke spulletjes. De spulletjes van Agnes…

Agnes woonde een tijdje iets verderop in de straat. Ze had problemen, immense problemen. Ze dronk namelijk. Haar buren waren bang voor haar: ze schreeuwde en schold, bedreigde Jan en alleman. Zodoende kwam ik bij haar over de vloer. En leerde toen Agnes kennen.

Bende

De andere Agnes. Het restant van de jonge Agnes, die vanaf een groot portret aan de muur vriendelijk de vieze bende van de oudere Agnes gade sloeg. “Ben jij dat?”, vroeg ik de eerste keer. ‘Ja, dat wás ik.’ ‘Hoe komt het dat zo’n prachtige jonge vrouw verandert in een scheldende, onverzorgde bitch?’ Ik wist het antwoord al: de drank.

Redden

Agnes maakte het ‘messiascomplex’ in mij wakker: ik wilde haar redden uit deze ellende. Dat is faliekant mislukt. De drank had haar al te lang in de greep. Ze zag voor zichzelf geen toekomst meer. Sloot zich op in haar huis. Sloot zich af voor elke vorm van hulpverlening. Haar eveneens verslaafde vriend Arie was haar enige bondgenoot.

Bevrijding

Toen ik op een zondagmorgen thuis kwam van een preekbeurt, zag ik bij haar voor de deur een politieauto staan. Haar bondgenoot stond buiten op de stoep. ‘Wat is er aan de hand?’, vroeg ik.
‘Het is voorbij. Ze is vannacht overleden. In mijn armen.’ Ik zag zijn verdriet. Nu was hij alleen. ‘Jij weet het, ik weet het,’ zei ik, ‘eigenlijk wilde ze niet meer.’ ‘Nee, ze heeft zich dood gedronken.’ ‘En nu heeft ze rust’, zei ik, ‘deze dood is een bevrijding. Ik geloof dat ze nu bij God mag zijn. Dat kan niet anders. Na zo’n zwaar leven, zoveel pijn, zoveel verdriet…-‘
Dat kán toch niet anders!?

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars