MENUMENU

Doodgaan door je passie te volgen

"Er zijn slechts drie sporten: stierenvechten, bergbeklimmen en autoracen; de rest zijn slechts spelletjes." Dit citaat wordt toegeschreven aan Ernest Hemingway, auteur en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, maar het is onwaarschijnlijk dat hij het echt gezegd heeft. Boeiend eraan is hoe dan ook dat Hemingway — of wie het ook heeft gezegd — er onderscheid mee maakt tussen 'gewone', spelachtige sporten en sport waarbij je je leven in de waagschaal stelt.

Nu is dat voor stierenvechten en bergbeklimmen goed invoelbaar, maar autoracen? Is dat écht nog steeds gevaarlijk? Had Stirling Moss, “de beste coureur die nooit wereldkampioen werd”, het niet over de goede oude tijd, toen seks veilig was en autoracen gevaarlijk? Met alle veiligheidsmaatregelen aan raceauto’s, circuits, enzovoort is autoracen toch zo safe als wat? De laatste coureur die in Formule 1 verongelukte was immers Ayrton Senna, in 1994 — jawel, 21 jaar geleden.

Maar afgelopen weekend is er opnieuw een coureur aan de gevolgen van een crash in een Grand Prix bezweken: Jules Bianchi, een 25-jarige belofte uit Frankrijk. Opvallend genoeg had hij zijn ongeluk op zondag 5 oktober 2014, op het Japanse Suzuka-circuit. Hij raakte in een coma en ontwaakte daar niet meer uit. Afgelopen vrijdag 17 juli stierf hij. Een contract met Ferrari om daar de komende jaren voor uit te komen, had hij al op zak.

Racesuccessen én -tragedies zitten in de familie

Bianchi moet als geen ander geweten hebben hoe gevaarlijk autoracen was. Zijn overgrootvader was in de jaren 30 monteur bij het fabrieksteam van Alfa Romeo (dat overigens gerund werd door ene Enzo Ferrari). Bianchi emigreerde naar België om er voor de rijke coureur Johnny Claes te werken. Zijn beide zoons, Luciano en Mauro, gingen zich in hun tienerjaren voor autosport interesseren. Luciano — of, op z’n Belgisch Lucien — was daarbij het meest succesvol. Won de Tour de France Automobile vanaf 1957 drie keer achereen en maakte in 1960 zijn Formule 1-debuut. Ook reed hij talloze races in toer-, sport- en rallywagens.

Bianchi_and_McLaren_at_1968_Dutch_Grand_Prix

Hoogte- en dieptepunt voor de familie waren de 24 Uur van Le Mans van 1968 en 1969. Want Mauro maakte een groot ongeval mee, waarvan de gevolgen (brandwonden) hem voor het leven tekenden, terwijl Lucien die race won. Een jaar later testte Lucien voor diezelfde race, maar door een mechanisch probleem crashte hij op het 6 km lange rechte stuk Hunaudières (destijds onderdeel van de Route Nationale 138) tegen een telefoonpaal. Hij was op slag dood.

Geen wonder dat de volgende generatie Bianchi’s ver van autosport gehouden werden. Philippe, zoon van Mauro, runde een kartbaan aan de Franse Rivièra. Daar groeide Jules Bianchi op en zo gauw hij met z’n voetjes bij de pedalen kon, reed hij er zijn rondjes. En de rest, zeggen ze dan, is geschiedenis.

De dood vinden in wat je het liefste doet

Waarom schrijf ik dit allemaal? Omdat ik me al een kwart eeuw bezighoud met autosport in het algemeen en Formule 1 in het bijzonder. Het is een sport die me interesseert vanwege de techniek, vanwege de geschiedenis, vanwege de heldenverhalen uit de jaren 30, de jaren 50, de jaren 70, de jaren… nou ja, je snapt me wel.

Hoewel dodelijke ongevallen tientallen jaren lang schering en inslag waren — begin jaren 70 stierven er alleen in Formule 1 al twee of drie coureurs per seizoen — is dat sinds dat zwarte weekend van 1 mei 1994 niet meer voorgekomen. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Want buiten F1 verongelukten in de afgelopen 20 jaar evengoed tientallen coureurs. En bij Grands Prix kwam bij ongevallen twee keer een marshal om, je weet wel, van die mannen die coureurs te hulp schieten als er iets aan de hand is. (Overigens is dat misschien wel extra zuur, omdat marshals bijna altijd vrijwilligers zijn.)

Formule 1 bleef sinds 1994 in elk geval gevrijwaard van dodelijke ongelukken als het om coureurs ging. En dan gaat de sport al heel snel als extreem veilig aanvoelen. Voor die coureurs zelf, voor de teams en voor de organisatie, maar ook voor de fans. En dat is waarom de dood van Jules Bianchi toch aangrijpend is.

Nóg een reden waarom Bianchi’s overlijden iets voor me betekent, is omdat hij de dood vond precies in díe activiteit die hij het liefste deed. Waar hij zich volledig voor inzette, ‘met heel zijn verstand en met al zijn krachten’. En, als ik Pastor John Van Sloten van de New Hope Church in Calgary, Canada mag geloven — hij preekte een keer over ‘The Glory of God in Formula One racing’— is die activiteit, zelfs als je daarmee je leven in de waagschaal stelt, tot eer van God.

Headerfoto: Nick Webb
Fotografie overig: Nationaal Archief en Spaarnestad Photo, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars