Een vreemdeling

Doe de gordijnen dicht, trek de dekens om je heen en 'geniet' van dit spannende winterverhaal.

Voordat ik de gordijnen sluit, werp ik nog een blik in onze straat. Het slaapkamerraam is echter zo beslagen en het is al zo donker buiten, dat ik alleen maar vage schimmen ontwaar. Schimmen van bomen of struiken of mensen… wie zal het zeggen? Snel trek ik de gordijnen stijf dicht en kruip onder de wol.

Ik kan niet direct de slaap vatten. Onrustig woel ik in mijn bed, gooi het dekbed van me af, maar trek het direct weer over me heen; het is veel te koud. Plots meen ik gestommel te horen. Mijn hart klopt in mijn keel. Doodstil blijf ik liggen, maar nu hoor ik niets meer. Voorzichtig tast ik naar de schakelaar van het lampje naast mijn bed en laat langzaam mijn adem ontsnappen. Een wolkje witte damp stijgt op. Ik pak mijn boek, dat op het nachtkastje ligt en probeer wat te lezen. De letters lijken te dansen voor mijn ogen. Mijn hart klopt nog steeds niet in zijn gewone ritme en mijn handen trillen. Ik leg het boek maar weer weg en doe het lampje uit.

Bijna ben ik dan toch onder zeil, als ik abrupt weer klaarwakker schrik. Een ijskoude rilling loopt over mijn rug. Zie je, ik had het me niet verbeeld; ik hoorde duidelijk weer gestommel. Het kwam vanuit de gang. Zou er een vreemde in huis zijn? Ik blijf stokstijf liggen en spits mijn oren. Ik hoor nu ook fluisterende stemmen en zacht gelach. Ik trek het dekbed over mijn hoofd, alsof mij dat zal beschermen. Nu is het weer stil. Ik blijf nog zeker een half uur met gespitste oren luisteren, maar nee, het blijft doodstil.

Heb ik het me maar verbeeld? Of was het echt? Het zou immers best kunnen. Hoewel, het is nog vroeg in de avond. De enige manier om er achter te komen is om zelf polshoogte te nemen. Een half uur geleden hoorde ik het geluid, daarna niets meer. Als er iemand was, moet hij nu toch zeker wel weer verdwenen zijn. Voorzichtig sla ik het dekbed van me af en sluip, voetje voor voetje, naar de trap. Ik weet precies welke treden er kraken, dus die probeer ik te omzeilen.

Halverwege de trap blijf ik staan. Ik hoor nu duidelijk stemmen, vanuit de woonkamer dit keer. Ik krimp ineen en houd mijn adem in. Dan hoor ik het. Het zijn de stemmen van papa en mama. Ze zijn natuurlijk nog wakker. Wat dom van mij. Toch hoorde ik daarstraks gestommel en lachen in de gáng. De stemmen van papa en mama in de woonkamer kan ik boven in mijn slaapkamertje helemaal niet horen. Er klopt dus duidelijk iets niet.

Voorzichtig sluip ik verder naar beneden. Papa en mama mogen het absoluut niet merken. Ik stap op de steenkoude plavuizen van de gang en huiver in mijn dunne pyjama. Regelrecht loop ik naar de voordeur. Dan zie ik het: ik had gelijk, er is iemand geweest. Mijn schoen en die van mijn broertje staan nog op de mat. Maar de winterpeen is eruit en ik zie twee glanzende pakjes fonkelen.

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars