Geloven kost wat

Afgelopen week zag ik een uitzending van Zembla. Het ging over opvoeden. De achterbankgeneratie, onze kinderen: we behandelen hen als prinsjes en prinsesjes.

Ze worden overal naartoe gereden, hebben alles en vinden dat de meest normale zaak van de wereld. Ze weten niet beter. Ze weten dus ook niet dat de wereld vaak heel anders is dan het gemak van die achterbank. Volgens deskundigen, niet de eerste de beste overigens, creëren we daarmee een generatie van narcisten. Alles wordt ze aangedragen. Nergens hoeven ze moeite voor te doen en daarmee verzuimen wij hen te leren leven. Alsof alles gratis is.

Ik keek de Zembla-uitzending en dan is het makkelijk alleen naar die generatie, die van onze kinderen te kijken. Maar het vizier is op ons gericht; wij voeden hen op. Wij zijn hun voorbeeld. Hoe staan wij zelf in het leven? En hoe zien wij ons geloof en onze idealen? Welk beeld hebben wij van God en zijn doel met deze wereld? Jezus bedoelt ieder geval geen geloof vanaf de achterbank, een soort ‘feelgoodgeloof’. Als dat het niet is, hoe vullen we dan ons geloof in?

Patatgeneratie

Ik vind dat een moeilijke vraag. We worden allemaal tot op zekere hoogte bepaald door onze tijd en door onze opvoeding. Tot op zekere hoogte want, eigen verantwoordelijkheid voor de invulling van ons leven hebben we allemaal net zo goed. Maar goed, de tijd bepaalt wel degelijk voor een groot deel wie we zijn. Er is veel geschreven over generaties. Zelf ben ik een product van de generatie die net na de patatgeneratie kwam. (Er is zelfs geen naam voor mijn generatie. Hoe treurig is dat?) Die term is ooit gelanceerd door de Rotterdamse voetbalcoach Leo Beenhakker. Ze hingen rond in snackbars en het ontbrak hen aan doorzettingsvermogen, zo was het beeld. Ergens voor moeten vechten, dat konden ze niet. De welvaart was er; waarom nog harder lopen?

Hoe leer je geloven?

Als je zelf ergens het product van bent, is het moeilijk de toekomst te keren. Hoe sta jij in het leven? Hoe zie jij de toekomst van je kind? Hoe wil jij de boel achterlaten? Dat zijn dan de vragen die opkomen. Misschien vraag je jezelf af hoe je je eigen kinderen hebt opgevoed. Hoe heb je ze leren leven? Heb je ze leren geloven? Hoe heb je ze leren geloven? Wat vind jij daar belangrijk aan? Wat vind jij de essentie van het leven, van geloven in God?

Leren geloven

Toen ik de uitzending van Zembla zat te kijken, kwam er een prangende vraag bij mij op. ‘Hoe leer je geloven als alles je wordt aangedragen, als alles moet gebeuren en gebeurt op het moment dat jij het wil?’ Hoe kun je dan geloven in een God die alles opgaf? Hoe kun je dan geloven in een God die Zijn Zoon liet sterven? Hoe kun je dan geloven in die Zoon, zonder hem stiekem een loser te vinden? Ik vind dat, schokkend genoeg, een herkenbare vraag. Waarom zou ik geloven? Waarom?

Ik heb alles. Ik heb een lieve vrouw, een fantastische zoon en een goed salaris. Wie doet mij wat? En bovendien: ik geloof nog in God en in Jezus ook! Beter kan het niet. Al het goede en vrome is er. Een mooi muziekje erbij en ik ben klaar en voel me fijn. Het feelgoodmoment is daar. Toch knaagt het dan bij mij. Dit is niet het uiteindelijke verhaal, toch? Eerder een façade, een zorgeloos meerijden op de achterbank. En ik zit op die achterbank…
Waar zit jij? Zit jij net als ik lekker makkelijk te geloven op die achterbank? Of zit je aan het stuur en alles zelf te regelen, alles zelf te bepalen en daarmee God in je straatje te passen? Rij je überhaupt wel mee?

God doet niet aan feelgood geloof

Het zijn vragen die je bepalen bij het beeld dat je hebt van God en van Jezus. Ik weet niet hoe jij God ziet, welk beeld je van hem hebt. Hoe je daarin bent opgevoed en wat je met die opvoeding hebt gedaan. Of wat jouw opvoeding met jou en jouw geloof heeft gedaan. Als iets bepalend is voor je geloof en je beeld van God is dat het wel. Zelf ben ik opgevoed met een God die er altijd wil en zal zijn, die je altijd draagt op de meest moeilijke momenten, ook al zie je dat zelf op die momenten niet. Wat ik wel steeds meer heb geleerd, is dat God niet doet aan ‘feelgood’, aan een achterbankgeloof, waarin alles je wordt aangedragen en pijn, verdriet en boosheid worden verzwegen of ontkend.

God houdt niet van het makkelijke verhaal, simpelweg omdat hij weet dat leven niet makkelijk is. God kent het lijden en de pijn. Die pijn, dat je weleens schelt op God. Pijn, op leven en dood. Bij God is geloven niet makkelijk. Bij God gaan de dingen niet vanzelf. Hij zit niet op die achterbank en hij heeft er nooit op gezeten. Er was een strijd aan dat kruis. Een strijd voor het leven. Een strijd voor Gods wereld, voor ijn leven. En daarmee voor ons. God zit aan het stuur. Daarom kan ik geloven in een God die alles opgaf, omdat hij dat voor ons heeft overgehad. Mijn geloof heeft God heel veel gekost.

Kunnen geloven kost wat

En dan terug naar onze kinderen. Wat leer je ze? Wat leer je ze over God, over wie hij is, wat hij heeft gedaan? Volgens mij moeten wij onze kinderen leren geloven en het hele verhaal van God vertellen. Helaas zijn dat niet alleen maar mooie verhalen. Het zijn verhalen die knagen en het zorgt voor vragen waar je niet altijd antwoord op hebt. Maar het is wel het verhaal van een God die de wereld heeft gemaakt, een God die de wereld niet aan haar lot overliet. Dat had een hoge prijs! Geloven kost wat.

Fotografie: Chris Goldberg

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars