MENUMENU

Go girl go!

Daar loopt hij weer. Wel toevallig dat ik hem steeds tegenkom. Wat een mooie tred heeft hij toch. Zo soepel. Zo krachtig. Het lijkt vanzelf te gaan. Zal hij vandaag weer zijn hand naar me opsteken? 

Haar hart bonst in haar borst. Ze naderen elkaar snel. En ja, zijn lach breekt door als hij haar herkent. ‘Go, girl, go!’ Een brede zwaai en weg is hij weer. Ze kan het niet nalaten haar pas te vertragen en om te kijken.
Leuk, die dansende krullen.
Ook hij draait zijn hoofd en zwaait opnieuw, maar is het wel naar haar?
Ach Nicky, haal je toch niets in je hoofd. Hij zwaait vast naar iedereen.
Zuchtend versnelt ze weer. Ze is laat. Er komen steeds meer lopers op het strand. Sommigen rennen met hun hond. Te veel drukte om haar heen, daar houdt ze niet zo van. Nog maar een klein stukje.
Go, girl, go!
Ze glimlacht.
Hoe lief klinkt dat iedere keer!

‘Ga eens opzij, lelijke sproetenkop!’
Een forse duw doet de gebukt staande Nicky achterover vallen. Weer niet gelukt om ongezien in de klas te komen. Toch had ze goed om zich heen gekeken toen ze de fietsenstalling in liep.
‘Zout jij eens een eind op. Hier moet die van mij toevallig staan.’
Terwijl ze overeind krabbelt, pakt de aanstichtster van alle pesterijen haar fiets en gooit hem achter zich neer. Gelaten zoekt Nicky een plek verderop.

Vandaag zal ik toch eens klokken!
Dat moet je niet te vaak doen, las ze op internet. Dat zou ontmoedigend werken. Maar ze is nieuwsgierig of haar inspanningen vruchten afwerpen. Ze traint nu ruim een maand. Iedere morgen staat ze om tien voor zeven op het strand. Als ze hardloopt, is ze gelukkig. Ze klemt haar schoenen onder haar snelbinders, loopt naar de kustlijn en drukt de stopwatch in.
Go, girl! Go!
Ze glimlacht.

Hijgend controleert ze haar tijd.
Wauw, die is vooruit gegaan. Gaaf!
Ze stopt de stopwatch weg en kijkt om zich heen.
Vandaag zag ze hem niet.
Teleurgesteld sjokt ze terug naar haar fiets. Ze moet douchen, ontbijten en naar school.
Ik hoop dat die plaaggeesten me vandaag niet lastig vallen. Wat een rotstreek om mijn zadel los te draaien. Maar goed dat ik het op tijd zag. Ik had me flink kunnen bezeren. Dan was er van trainen niets terechtgekomen.
Als ze haar schoenen pakt, ziet ze het. Naast haar fiets in het zand: ‘GO GIRL GO!’ Drie duidelijke woorden en een uitroepteken. Haar hart slaat over.

Marie-Louise en haar slaafse volgsters komen de trap af net als Nicky halverwege is. Ze probeert zich onzichtbaar te maken. Maar er is geen ontkomen aan. Ze duwen haar hardhandig opzij. Nicky grijpt de leuning.
‘Ach, Nikkiedikkie, viel je nou toch bijna?’
Ze schudt haar hoofd.
Niets zeggen. Dan zijn ze het snelste weg. Niet antwoorden! Alleen maar naar de treden kijken. Niets zeggen, Nicky!
Marie-Louise’s nagels krassen in haar arm.
‘Ga dan gewoon netjes aan de kant als wij naar beneden willen, sloebertje!’
Liselotte en Sofie lachen. Marie-Louise stapt terug als ze de conciërge naar boven ziet kijken.
Ineens moet Nicky weer aan die jongen denken.
‘Go, girl, go!
Ze geeft haar plaaggeest een flinke duw en vliegt de trap op.

Krassen in het zand. Ze ziet het onmiddellijk als ze afstapt. ‘GO GIRL GO!’ Deze keer ligt de stok die als potlood diende er uitnodigend bij. Aarzelend pakt ze hem op, maar laat hem direct weer vallen.
De zoveelste pesterij?
Met trillende vingers trekt ze haar veters los. Haar blote voet veegt de letters uit. Even aarzelt ze, dan rent ze weg.
‘GO!’ Twee letters heeft ze laten staan. En het uitroepteken.

‘Vandaag is het de laatste dag om in te schrijven voor de grote hardloopwedstrijd. Jullie hebben nog zes weken om te trainen!’ klinkt het uit de omroepinstallatie. Nicky treuzelt en pas als de hal verlaten is, krabbelt ze haar naam op de lijst. Helemaal onderaan. In de stalling zoekt ze haar fiets. Ze vindt hem achter de papiercontainer. Beide banden zijn leeg.
Stelletje rotgrieten!
Ze loopt naar de conciërge voor de fietspomp.
‘Alweer?’
Ze haalt haar schouders op en kijkt naar de grond.
Eindelijk vakantie!

Zullen ze een beetje aardig zijn? Vast wel. Het kan nooit erger zijn dan op school

Met een klap legt ze de wekker het zwijgen op. Ze is vastbesloten te gaan trainen. Als ze niet te laat wil komen op de eerste dag van haar vakantiebaantje moet ze er nu echt uit. Zo graag wil ze haar moeder verrassen met een extraatje, maar wat ze is nerveus. Zorgvuldig smeert ze haar sproetjes in en rekent voor de zekerheid nog een keer: Twee uur moet lukken. Trainen, terug naar huis, douchen en dan naar de strandtent.
Zullen ze een beetje aardig zijn? Vast wel. Het kan nooit erger zijn dan op school. En ik kan er mee-eten. Dat scheelt! Mama was blij.
Een diepe zucht.
Go, girl, go!
Ze lacht alweer.

Peinzend staart ze naar de letters in het zand.
‘Waarom train je op blote voeten?’
Ze schrikt zich wild.
‘Vind je dat fijner?’
Daar staat hij, de jongen met de leuke krullen. Hij kijkt haar aan. Zijn blik is open. Zijn vraag klinkt eerlijk. Haar gebruikelijke reserve neemt af.
‘Ik hou van het zand onder mijn voeten. Ik maak aarde.’
Hij antwoordt niet, steekt zijn hand uit en sprint weg. Als de wind …
Zie ik nu spoken of streelde hij werkelijk mijn arm?
Ze schudt haar hoofd.

Wordt vervolgd…
Deel 2 van dit verhaal vind je volgende week zaterdag op MijnKerk.nl.

Auteur: Conny Hoogendoorn
Fotografie: Thomas Shahan

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars