MENUMENU

Go girl go! (2)

Vorige week zaterdag stond het eerste deel van het korte verhaal 'Go, girl go!' op MijnKerk.nl. Vandaag het tweede en laatste deel. Geniet ervan!

Wat een baan! Saai, heet en vermoeiend. Ik wist niet dat er mensen bestonden die hun peuk tussen hun etensresten uitdrukken. Dat is toch vreselijk smerig? Bah! Of zal het zijn omdat ze het zelf eigenlijk ook varkensvoer vinden? Namaakhamburgers, vette frites, de goedkoopste mayo.
Toch eet Nicky haar bord helemaal leeg. Hardlopen vraagt veel energie. Haar moeder is blij met een kostganger minder. Nog vier uur afwassen; ze recht haar rug.

Lopen, lopen. Steeds maar sneller. Niet meer denken.
Muizenissen in haar hoofd. Haar schoenen onder de snelbinders. Met een bruuske beweging veegt ze de letters weg.
‘De meeste hardlopers lopen op schoenen.’
Ze kijkt om. Hij zit met gekruiste benen in het zand.
‘Zola Budd niet. En zij werd toch mooi wereldkampioene. Abebe Bikila won blootsvoets Olympisch goud op de marathon.’
Hij glimlacht.
‘Bijzonder …, net als jij. De natuurlijke landing is dan op de voorvoet. Daarna komt de hiel aan de grond en vervolgens wordt afgewikkeld. Dat is heel anders dan lopen op schoenen. Je lichaam helt iets voorover. Je voeten blijven dicht onder het lichaam.’
Geïrriteerd sprint Nicky weg.
Ik héb geen schoenen! Weet je wel hoe duur die dingen zijn? Maar dat gaat jou toch niets aan?

Ze wast de borden. Is ze snel genoeg? Voor haar tien anderen.
Maar ze waren tevreden. Mama rekent op het extra geld.
In de spoelkeuken is het nog heter dan gisteren. Ze wist haar voorhoofd en bindt haar rode haren op een staart.

Wat een prachtige morgen. Hoe mooi is de lucht, de zee, het strand. Ik heb zin om te lopen. Het zand tussen mijn tenen, de wind in mijn haar. Go, girl, go!
‘Als je wat kortere passen neemt, is je landing zachter.’
‘Wie ben je? Wat wil je van me?’
‘Niets. Ik zie je lopen en weet dat je goed bent.’
Voor ze kan antwoorden, draait hij zich om. Weg is hij weer.

‘Wie ben je? Wat wil je van me?’
‘Niets. Ik zie je lopen en weet dat je goed bent.’

‘Moet je echt elke dag rennen, Nicky?’
Nicky schrikt. Mama is nooit zo vroeg al wakker. Ze werkt tot laat in het dorp. Of is ze net thuis? In het hoogseizoen blijft het café lang open.
‘Ja, mama. Ik wil de wedstrijd winnen.’
Dat zal die meiden leren.
‘Pesten ze je nog steeds zo?’
‘Soms, maar als ik win niet meer. Ik ga gauw. Dag, mam.’
‘Dag, schatje.’

Omzichtig rekt ze haar spieren op.
‘Ik ben geen voorstander van jouw manier van stretchen. Daar moeten we het eens over hebben.’
‘Ben je hier altijd?’
Onhandig trekt ze een knoop in haar veter. Haar driftige bewegingen maken het nog erger.
‘Nee, pas sinds jij hier bent.’
Ze wrikt haar gymp los en smijt hem naast de andere.
‘Waarom?’
Hij pakt hem op en ontrafelt de kluwen.
‘Omdat jij hier bent.’
Hij glimlacht en reikt haar de schoen weer aan.
‘Dat is geen antwoord.’
Hij glimlacht.
‘Om je knopen te ontwarren?’
Zijn ogen lachen mee.
‘Doe eerst een goede warming-up. Het bespaart je blessures.’
Terwijl hij achterwaarts van haar weg loopt, steekt hij zijn wijsvinger in de lucht.
‘En neem meer rust. Eigenlijk is om de dag trainen beter.’
Een brede zwaai … ‘Go, girl, go!’
Ik word gek van die jongen!
Toch laat ze het stretchen achterwege.

‘Mam, zal ik met je meegaan naar de kerk?’
Haar moeder draait zich om. Ze lacht.
‘Dat is lang geleden, schatje. Moet je niet rennen?’
Nicky schudt haar hoofd. ‘Een dagje rust is soms beter.’
Ze haakt haar arm in die van haar moeder.
Gezellig, mam.
‘Dat zegt een jongen die me erbij helpt. Hij is aardig.’
‘Dat vind ik fijn voor je!’
Ik ook. Ik vind het ook fijn.

‘Ik ben blij dat je naar me geluisterd hebt. Beviel het?’
Nicky gooit haar fiets tegen het bankje.
‘Je ergert me!’
Wat wil hij toch? Waarom zeg ik nou dat hij me ergert?
’O ja, een sprinter landt op zijn voorvoet. Niet vergeten. Go, girl, go!’
Ze spurt weg. Zo hard als ze kan. De verwarring verwaait.

Zes weken. Wat vliegt de tijd. Veel sneller dan anders nu het vakantie is, lijkt het wel.
Nicky is er klaar voor. Ze heeft veel getraind. Hij was er vaak. Een aanwijzing hier, een aanmoediging daar, hij steunde haar voortdurend. Het is een drukte van belang. Marie-Louise draagt een outfit van Olympische allure.
‘Nee, toch! Doe jij ook mee, vuurtoren? Op je blote voeten? Dat ga je toch niet menen! En hou je dit aan dan?’ Ze schatert. De andere meiden lachen mee.
Stik maar! Misschien die schoenen, maar dat strakke pakje laat je heus niet harder lopen.
De speaker roept de deelnemers één voor één naar de start. Nicky is nerveus. Dan ziet ze hem. Hij staat vlak achter haar moeder. Ze zwaait. Mama zwaait terug. Geluidloos vormt zijn mond de woorden: ‘Go, girl, go!’ Zijn glimlach brengt haar tot rust.

Hete lucht zindert boven de baan. Nicky drinkt nog wat.
‘Nicky! Betekent dat niet overwinnaar?’ schalt het.
Wie weet.
Zorgvuldig neemt ze haar startpositie in. Ze denkt aan Zola. Aan Abebe. En aan de jongen met de krullen.
Ik weet niet eens hoe hij heet!
De gedachte haalt haar uit haar concentratie. Het schot klinkt. Pas als laatste is ze weg. Ze schrikt ervan, dan winnen haar benen het van haar geest. Ze lijkt te vliegen. Schijnbaar moeiteloos passeert ze haar tegenstanders. Stuk voor stuk. Ver voor haar ziet ze Marie-Louise. ‘Go, girl, go!’ klinkt als een mantra in haar hoofd. Steeds dichterbij komt ze. ‘Go, girl, go!’ Nicky versnelt.

Haar moeder omarmt haar. Hij knikt haar toe. Verderop staat Marie-Louise. Ze huilt. Haar vriendinnen troosten haar. Eventjes maar. Dan drommen ze om Nicky heen.
‘Op je blote voeten! Wat geweldig!’
Ze feliciteren haar, slaan haar op de schouder en vragen of ze in het vervolg samen wil trainen.
‘Mama, ik wil je voorstellen aan …’ Ze maakt zich los uit de omhelzing en wijst, maar ziet hem niet.
‘Vind je het leuk om samen met ons te trainen, Nicky? Nicky!’
Ze antwoordt niet. Het lijkt niet tot haar door te dringen.
‘Nicky, je bent toch niet meer boos op ons?’
Nicky zoekt. Eindelijk vindt ze hem. Hij is bij Marie-Louise. Kort een arm om haar schouders, dan geeft hij haar een zakdoekje. Het vriendelijke gebaar lijkt haar te verrassen. Na een duwtje in haar rug loopt ze aarzelend in de richting van het opgewonden groepje.
‘We zullen nooit meer zo stom tegen je doen. Je bent super! Vanaf nu hoor je erbij, Nicky. Nicky!’
Nicky’s blik volgt hem naar de uitgang. Daar kijkt hij om. Een brede armzwaai als hij haar naar hem ziet kijken. Hij beweegt zijn lippen: ‘Go, girl, go!’
Zo kalm als hij kwam, verdwijnt hij weer.

Teruglezen deel 1  Go girl go!

Auteur: Conny Hoogendoorn
Fotograaf: Garrett Charles

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars