Ik ben niet racistisch. Of toch wel?

Ze stonden op hetzelfde perron als ik. Twee jongemannen. Het begon al te schemeren. Ze hadden leren jasjes aan en strak gekapt zwart haar. Ze praten onderling in een onbekende taal. Er waren maar een paar andere mensen. Ik voelde me ineens onveilig. Wie waren die gasten? Wat waren ze van plan? Ze hadden allebei iets in de hand. Voorzichtig keek ik. Het waren Bijbels. Allebei hadden ze een Bijbel in de hand. De trein stopte en ik stapte in. Ik herkende nu ook de taal die ze spraken. Bezoekers van de Armeense kerk op ons dorp natuurlijk, die na de zondagsactiviteiten op weg naar huis gingen. Ik voelde hoe rood ik werd en was blij dat het al schemerde. Wat had ik me pijnlijk vergist.

Onbedoeld racisme

Was het racisme? Ja, als ik eerlijk ben wel. Niet met kwade opzet, ik bedoelde het niet verkeerd. Het was onbedoeld racisme. Ik denk dat de huidskleur en de taal van deze jongens zeker aanleiding waren voor mijn onveilige gevoel. Ik schaamde me. Want ik wil helemaal niet racistisch denken. Maar het overkwam me toch.

Vermeend racisme

Op een ander station, een paar maanden eerder. Ik stond te wachten op een vriendin op een druk perron. Ik word daar zenuwachtig van, zijn er geen zakkenrollers? Er kwam een man op me af. Sloffende gang, zwarte hoodie, capuchon over zijn gezicht. Ik keek onrustig de andere kant op. “Hee mevrouw?” Ik deed net alsof ik het niet hoorde. “Mevrouw!” klonk het nog een keer. Zijn gezicht was niet te zien onder die donkere kap. “Weet u waar de MacDonalds is?” Vroeg hij, vlak naast me nu. “Eh, nee sorry.” Mompelde ik en wilde me weer omdraaien. Er volgde een enorme tirade. Dat ik racistisch was. Dat ik hem niet wilde helpen omdat hij zwart was. “Ik ben hier niet bekend…” sputterde ik nog tegen. Maar hij wilde er niks van horen en stampte weg, vloekend en tierend. Ik stond te trillen op mijn benen. Eerst van schrik over zijn uitbarsting. Daarna van woede over zijn beschuldigingen. Met die hoodie over zijn hoofd had ik niet eens gezien dat hij een andere huidskleur had. Ik voelde me onveilig door zijn uitstraling en die capuchon, niet door zijn kleur. “Vermeend racisme” zei mijn vriendin later.

Elkaar leren kennen

De meeste mensen willen niet racistisch zijn. Maar soms kunnen je gedachten, als je ze nader onderzoekt, toch een racistische oorsprong hebben. Daarvoor kan je jezelf een klap voor je kop geven. Maar het gebeurt soms. Omdat er heel wat racisme in onze cultuur geslopen is in de afgelopen eeuwen. En dat moet je dan bewust van je afschudden. Vermeend racisme, waarbij jij helemaal niet met huidskleur bezig was, maar de ander wel dat gevoel had, kan je een boos gevoel geven.

Het is belangrijk om te bedenken dat racisme voor veel mensen realiteit is. Het ligt gevoelig en daar ontwikkel je, zoals bij alles wat gevoelig ligt, lange tenen voor. De enige oplossing hiervoor is elkaar leren kennen als witte en niet-witte Nederlanders. Proberen je in te leven in de ander, de intentie van de ander leren kennen. Dan zal je vanzelf ontdekken dat huidskleur niet meer is dan dat: de kleur van je huid.

Deel dit verhaal:
Geesje Jaakke-den Toonder

Geschreven door:

Thema: Blog
3 juni 2020
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief