MENUMENU

Ik bepaal zelf wel wat ik geloof… (Week van de opvoeding)

“Dat gelooft toch niemand meer? Ja, kleine kinderen! Maar mij houd je niet meer voor de gek hoor!” Je zoon of dochter is veranderd van een klein kind dat naar je opkeek en ademloos naar de verhalen uit die mooie kinderbijbel luisterde in een kritische luisteraar. En praten over geloof of zo, dat is helemaal niet interessant. Hoe doe je dat, je kind opvoeden met geloven als het weinig meer van je lijkt aan te nemen?
Onbewust kijk je naar je dochter. Wat ontwikkelt ze snel! Vroeger wist je alles van haar, wat ze deed, wie ze leuk vond en wie juist niet. Maar nu is ze compleet veranderd. Soms lijkt ze wel een vreemde geworden.
Dat is niet zo verwonderlijk. In de puberteit komen veel jongeren in een nieuwe fase. Ze beginnen hun eigen persoonlijkheid te ontdekken. Vragen als “Wie ben ik en waar ga ik voor?” zijn vragen die hen bezig beginnen te houden. Net als vragen als “Bij wie wil ik horen en wat is belangrijk voor mij?”. En opeens blijken de ouders steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen en de vrienden naar de voorgrond.

Eigen ik

Dat ontwikkelen naar een eigen ik wordt door volwassenen vaak niet voldoende onderkend. Vaak worden pubers – zeker op jongere leeftijd – door volwassenen gezien als te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken. We nemen hen vaak niet serieus. Dat is jammer. Want ze willen wel serieus genomen worden en dat moet ook. Onderschat je kind niet en probeer vooral zijn sterke punten te gebruiken. Bijvoorbeeld door hem te laten meebeslissen in eenvoudige keuzes die er binnen je gezin gemaakt moeten worden. Maak het hierbij niet te moeilijk, maar geef hem wel vertrouwen – en daarmee wat zelfstandigheid.
Ook in gesprekken over geloven komt dit vaak voor. Ouders spreken dan bijvoorbeeld op een te kinderachtig niveau tegen hun kinderen over het geloof. Of proberen juist met hen in discussie te gaan om hun eigen standpunten te vernemen. Ook dat laatste is niet aan te bevelen. Want daar zijn ze juist nog niet aan

Ze luistert niet…

Eindeloze discussies over huiswerk, opruimen of kerkgang. Het schrikbeeld van iedere ouder van pubers. Zeg jij A, dan doet ze B en andersom. Ook dat heeft te maken met het ontdekken van de eigen identiteit. Als jij als ouder vraagt “Is je huiswerk al af?”, bedoel je dat niet verkeerd. Je wilt immers dat ze goed voorbereid op school komt. Maar met die vraag voelt een puber zich weer dat kleine kind dat ze niet meer wil zijn. Het gevolg is dat ze zich gaat verzetten. Alleen zo kan ze voor haar gevoel bewijzen dat ze volwassen is en eigen keuzes kan maken.
Ook als het gaat om geloven past het dus beter bij deze leeftijdsfase om je kind de wet niet voor te schrijven, maar om dingen voor te leven. Iets opdringen (“Ga nu eens een keer naar de tienerclub!” of “Dat mag je niet geloven!”) werkt averechts. Wel kun je helpen door de juiste vragen te stellen, of te vertellen hoe het bij jou is gegaan en hoe het je nu vergaat. Hierbij kun je best iets van jezelf laten zien. Misschien had jij vroeger ook geen zin om naar de tienerclub te gaan of ben je op zoek geweest naar wat het geloof voor jou betekent. Die zoektocht kun je delen met je kind. Daarnaast is het heel belangrijk dat je ook luistert naar wat hij te vertellen heeft. Laat hem zijn eigen verhaal doen en onderbreek hem niet steeds met – goedbedoelde – tips of “Zo zie ik dat niet” of “Dat mag je niet denken”. Samen in gesprek blijven begint vooral bij luisteren: hij naar jouw verhalen, maar jij ook net zo goed naar die van hem.

Argumenten

Ze lijkt overal een mening over te hebben, maar als het er echt op aankomt, staat ze opeens met haar mond vol tanden. Grote kans dat je kind nog niet genoeg argumenten verzameld heeft om goed te kunnen deelnemen aan een discussie. Ook dat heeft te maken met de zoektocht naar haar eigen persoonlijkheid. Ze spiegelt zich aan ‘iedereen’ en ‘niemand’ (“Iedereen vindt de kerk ouderwets!” “Niemand bidt tegenwoordig nog!”) en gaat overal op zoek naar andere vormen die haar inspireren. Erg mooi, maar misschien ook wel moeilijk voor jou. Want het zou zomaar kunnen dat ze antwoorden zoekt in richtingen die jij liever niet ziet. Daarnaast wil ze overal bewijzen voor. En die zijn – vooral als het over geloven gaat – niet altijd te geven.
Hierop reageren kan lastig zijn en ook hierbij geldt: dwing je kind niet om een weg te kiezen die jij graag ziet. Dan zal hij namelijk alleen maar meer op zoek gaan naar argumenten om tegen jou in te gaan. Daarnaast is het bij geloven ook zo dat veel dingen niet te beargumenteren of te bewijzen vallen. Sommige dingen voel of beleef je. Sommige dingen geloof je, maar weet je niet zeker. En als jij het niet zeker weet, waarom zou hij het dan wel als zekerheid moeten aannemen? Het is beter om met hen het gesprek op gang te blijven houden. De ene keer zal dat beter gaan dan de andere keer. Maar als je met hem in gesprek bent, vertel hem dan vooral je eigen ervaringen. Hoe jij het geloof ziet. Hoe anderen het zien. Waarom je het er wel en niet mee eens bent. En wees daarbij niet bang om over je eigen twijfels, vragen en zoektochten te vertellen.

Tips voor gesprekken over geloven

  1. Samenvatten en goedkeuren

Je hebt als ouder meer kennis en je hebt meer levenservaring. Een valkuil kan zijn, dat je dat teveel laat merken. Daarmee geef je je kind namelijk niet de ruimte om te vertellen wat hij vindt of hoe hij erover denkt. Of je bereikt het omgekeerde: je kind probeert jou te overschreeuwen, waardoor luisteren erg moeilijk wordt. Het ‘fiatteringsmodel’ kan dan behulpzaam zijn. Je zoon brengt iets in het gesprek. Voordat jij antwoordt, vat je eerst samen wat hij gezegd heeft. Hij moet dat goedkeuren: “Ja, zo heb ik het gezegd” of “Nee, zo bedoelde ik het niet”. In het laatste geval moet je het nog eens proberen. Na het fiat van je zoon mag je ingaan op wat hij heeft gezegd. Dat vat hij weer samen en jij moet dat weer goedkeuren. Enzovoort.

  1. Luisteren en doorvragen

Veel geloofsgesprekken eindigen in een soort ‘inquisitie’: vader of moeder die lastige vragen stelt en die zoon of dochter daarmee in de hoek drukt. Zo praat je niet over het geloof, maar gaat het over gelijk en ongelijk. Probeer naar elkaar te luisteren en elkaars antwoorden te respecteren. En vraag door, zodat je duidelijk weet wat je zoon of dochter bedoelt voordat je hem of haar wilt overtuigen van hoe jij het ziet.

  1. Samen zoeken en vertrouwen geven

Hoe ouder je kind, hoe meer hij of zij het zelf wil uitzoeken. Probeer daarbij te helpen door bronnen aan te bieden en mee te gaan op de zoektocht. En vertrouw hem of haar in deze zoektocht.

Extra informatie: geloofsontwikkeling van pubers

10-14 jaar – Vragen, vragen en vragen
Als je kind naar de middelbare school gaat, gaat er een wereld aan informatie voor hem open. Maar die informatie roept ook weer vragen op, bijvoorbeeld: Bestaat God? Hoe moet ik de Bijbel zien? Waarom besta ik eigenlijk? Wat durf, mag en kan ik? Wie ben ik, in mijn ogen, in die van anderen en in die van God? Daarnaast maken jongeren zich in deze leeftijdsfase steeds meer los van hun ouders en verbinden ze zich meer en meer met leeftijdsgenoten. Groepsdruk speelt hierbij vaak een grote rol en kan het antwoord op de vragen die pubers hebben behoorlijk beïnvloeden. Daarbij willen ze – vooral door hun ouders – volwaardig behandeld worden.
14-16 jaar – Ik ben ik en dit is mijn mening
In deze leeftijdsfase gaan veel pubers steeds meer nadenken over alles wat zij hiervoor geleerd hebben. Dat betekent dat wat ze tijdens hun kindertijd geleerd hebben, weer gaan doordenken en afwijzen. Dat geldt ook voor hun Godsbeeld en hun houding ten opzichte van het geloof. Ook de mening van jou als ouder is minder belangrijk dan voorheen: je krijgt steeds meer te maken met kritische vragen. Jongeren hebben nu dus meer tijd en ruimte nodig om zich een eigen mening en geloofsbeleving te vormen. Dat is best eng en verwarrend, zeker omdat ze het graag zelf willen doen. Het belangrijkste is dat je je kind positief benadert. Daarnaast is het goed om je kind te leren omgaan met de keuzes die zij zelf gemaakt heeft.
16-22 jaar – Kijken of mijn beeld klopt
Het denkvermogen van jongeren raakt steeds meer ontwikkeld. Dat is onder andere te zien aan het feit dat jouw kind steeds meer inzicht krijgt in de samenhang tussen regels en wetten en het eigen gedrag. Daarom gaat zij steeds meer nadenken over gedragsregels. Daarnaast worden veel jongeren in deze leeftijdsfase zelfbewuster en ontwikkelen ze steeds meer een eigen identiteit. Ook als het om geloven gaat. Dit komt ook doordat ze steeds meer in staat zijn tot zelfreflectie. Ook fijn: ze kunnen nu goed plannen en ordenen.
Dit artikel is eerder verschenen in Moments (12-18 jaar), een bewaarmagazine met waardevolle artikelen, interviews en praktische ideeën over (geloofs)opvoeding. Bij de magazines is materiaal beschikbaar om over verschillende thema’s met andere ouders in gesprek te gaan. Je bestelt Moments hier.

Deel dit verhaal:
Auteur van de week

Geschreven door:

Thema: Blog
3 oktober 2018

3 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars