“Je hoeft het niet over alles eens te zijn, om één te kunnen zijn”

Wat werd ik afgelopen week getroffen door deze uitspraak. Een prachtige uitspraak, waar ik het volkomen mee eens ben. Het was niet eens zozeer de uitspraak op zich, maar meer wie het zei en de aanleiding waarom hij het zei.

Eén ondanks doopverschil

De uitspraak kwam van de huidige dominee van de kerkelijke gemeente waar ik ben opgegroeid. Deze week opgetekend in dit artikel in het Nederlands Dagblad. Een artikel over een unicum: de plaatselijke Baptistengemeente én de Protestantse Gemeente gaan voor het eerst sámen Avondmaal vieren.

Emotioneel

Allerlei emoties en herinneringen kwamen samen, toen ik het las. Wie had dát in mijn jeugd voor mogelijk gehouden. De tranen van vroeger mogen vervangen worden door tranen van blijdschap. De teleurstelling om het onbegrip maken plaats voor diep respect voor het geduld en doorzettingsvermogen van veel mensen. Helaas ook spijt, dat mijn ouders het niet meer mogen meemaken.

Twee geloven op één kussen

Ik ben een nakomertje in een ‘gemengd’ gezin. Tenminste, kerkelijk gezien, voor ons voelde het altijd als een éénheid. Mijn vader kwam uit een Hervormd gezin waar hij als kind was gedoopt en later belijdenis had gedaan. Mijn moeder is als jong volwassene gedoopt (door onderdompeling) en koos na hun huwelijk voor een Baptistengemeente. Aanvankelijk gingen ze ieder naar hun ‘eigen’ kerk op zondagochtend, maar al snel besloten ze toch samen te gaan en dat werd de Baptistengemeente.

Halsstarrig

Mijn vader voelde zich er thuis. Werd broeder genoemd en mocht er zijn. Behalve op elke eerste zondag van de maand. Dan begon na de dienst het Avondmaal en daar was hij niet welkom. Geen probleem toch, zei ooit een dominee bij ons thuis, dan laat je je toch bij ons dopen? Mijn vader peinsde er niet over. “Mijn ouders hebben er voor gekozen om mij als kind te laten dopen en daar heb ik zelf belijdenis over gedaan. Die oprechte keuzes verloochen ik niet!”
Nog regelmatig citeerde mijn vader de woorden die de dominee bij het afscheid ’s avonds uitsprak: “Jij halsstarrige!” Mijn vader lachte er bij, want ze gaven elkaar gewoon een hand. Over die doop zouden ze het nooit eens worden, maar verder waren ze behoorlijk één.

Eindelijk samen

Het was pas toen ik getrouwd was en in een andere plaats naar de kerk ging, dat ik voor het eerst samen met mijn béide ouders aan het Avondmaal zat. Ik zie het nog zo voor me. De blik van verstandhouding tussen mijn vader en mij op het moment dat we het brood en de wijn deelden. En het extra stevige kneepje in de hand toen we samen na afloop zongen: “Wij reizen met elkander…”

Eén zijn

Helaas komt dit zomerse samengaan voor mijn ouders nét te laat. Mijn vader in een verpleeghuis, mijn moeder bijna 3 jaar geleden overleden. De laatste jaren kozen ze er voor om beide kerken te bezoeken. Om en om, de ene week Baptist, de andere week Protestant. Misschien omdat ze niet konden kiezen, misschien omdat ze elkaar het verlangen naar de roots gunden. Ze zijn het nooit eens geworden over de doop, maar steunden elkaar in hun geloof en in hun leven. Ze waren bijna 70 jaar echt één.

Hand aan hand

Wat ben ik er trots op dat dit nu kan in mijn geboortedorp. En wat gun ik ze daar, maar natuurlijk overal, díe eenheid. Die blik van verstandhouding en dat extra stevige kneepje in de hand.

Wij reizen met elkander
Wij wand’len hand aan hand
D’één is tot troost de ander op weg naar ‘t vaderland
Komt, sterkt opnieuw de moed!
Wees rustiger en blijer
Van aardse banden vrijer!
Ons wacht een eeuwig goed

(Lied 481:4 uit Liederen voor de Gemeentezang)

Deel dit verhaal:
Marleen Samplonius-Ottens

Geschreven door:

Thema: Blog
6 juli 2018

2 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars