Een onverwachte gast

Wie de deuren van de kerk openzet, kan vreemde gasten verwachten. De eerste keer dat ik in dit kleine kerkje voorging, lang voor wij hier kwamen wonen, was het ook zomer.

Wie de deuren van de kerk openzet, krijgt vreemde gasten. De eerste keer dat ik in dit kleine kerkje voorging, lang voor wij hier kwamen wonen, was het ook zomer. In alle vroegte was ik aan komen rijden, door de oude polders van deze streek, de zon al uitbundig boven akkers en weiden. Onderweg zag ik een paar herten. Ik werd ontvangen met koffie, het kopje van porselein, met Engelse rozen erop.

Het was al vroeg warm en de deuren van de kerk bleven tijdens de dienst open. De kerkgangers zochten een plaatsje, de klok begon te luiden, het orgel zette in, het licht en de zomer nestelden zich tussen de banken. En toen, aan het eind, het slotlied bijna gezongen, kwam hij binnen: een grote rode kater. Met een grote vanzelfsprekendheid en met het zonlicht als een stralenkrans om hem heen liep hij door het middenpad naar voren. Daar bleef hij staan en keek me aan, ongeveer in dezelfde houding en met dezelfde blik als de mensen naast hem op de voorste rij. Ik sprak de zegen uit over mens en dier.

De kat liep met me mee naar de deur en verdween. Ik durfde niet goed te vragen of wat ik gezien had echt was. De rode kater heb ik nooit meer gezien, misschien is hij met de vorige pastoriebewoners vertrokken. Toch kijk ik nog regelmatig naar hem uit. Je weet maar nooit wie er zomaar binnenloopt…

 

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars