MENUMENU

Kerstfeest met keutels (I)

Eerst sneeuwden de witte vlokjes nog bijna onzichtbaar uit de loodgrijze lucht, nu zijn ze ineens heel groot geworden. Steeds wrijft Lars met zijn mouw het beslagen raam weer helder, zodat hij goed zicht heeft op de tuin. Het lijkt alsof de vlokken tikkertje spelen, in lange rijen achter elkaar. Er ligt al een heel dik pak.
‘Ga lekker buiten spelen,’ zegt mama. Maar hij blijft staan waar hij staat.
Hij wrijft nog eens over het raam en tuurt in de richting van het konijnenhok, waar hij Sneeuwwitje weet. Hij moet goed kijken, want haar witte vachtje biedt haar nu een goede schutkleur. Dan ziet hij haar; ze huppelt vrolijk door het hok.
Afgelopen week had hij samen met papa het hok schoongemaakt en wat extra stro neergelegd. ‘Dan blijf je lekker warm, Sneeuwwitje,’ had hij gezegd.
‘Ondanks de kou is ze heel goed in staat om zichzelf warm te houden,’ zei papa. ‘Maar wat extra stro vindt ze vast fijn.’

‘Wat ben je stil,’ zegt mama. ‘En morgen is het kerstfeest. Daar kijk je toch altijd zo naar uit?’
Lars haalt zijn schouders op. Het klopt, hij heeft er geen zin in dit keer. Hij kan zich zelfs niet verheugen op de kerstviering in de kerk en op het boek dat hij dan krijgt. Hij wilde maar dat hij er niet heen hoefde. Maar dat kan niet, hij moet immers een gedichtje opzeggen. Hij heeft het helemaal uit zijn hoofd geleerd. En toch… hij wenste dat hij thuis kon blijven.

Pats… Lars schrikt op en mama ook. De restanten van een sneeuwbal glijden vlak voor zijn neus langs het raam naar beneden. Het lachende gezicht van de buurman kijkt over de schutting. Hij wenkt naar hem, maar Lars schudt nors zijn hoofd. Als de buurman nogmaals wenkt, wendt hij zich boos af.
‘Waarom doe je zo onaardig? vraagt mama verwonderd.
‘Ik heb gewoon geen zin,’ zegt hij. Hij wil mama niet zeggen dat hij de buurman een nare man vindt.

Nog maar vijf maanden geleden had Lars voor zijn negende verjaardag het allermooiste cadeautje gekregen dat hij zich maar kon wensen: een konijntje. Een spierwit konijntje.
‘Zullen we haar Sneeuwwitje noemen?’ stelde mama voor. De ogen van Lars straalden. ‘Ja, mam, dat past precies bij haar. Ze is net zo wit als sneeuw en ook zo lekker zacht.’
‘Wat een geluk dat ze niet ijskoud is, maar juist heerlijk warm.’
Trots liet hij haar aan iedereen zien. Ook aan de buurman.
‘Wat een aardig beestje,’ zei hij, terwijl hij haar over haar kopje aaide. ‘Een beste voor kerst!’
Lars begreep best wat dat betekende. Zo snel hij kon rende hij met Sneeuwwitje in zijn armen naar binnen.
‘De buurman vindt Sneeuwwitje een beste voor kerst!’ riep hij verontwaardigd tegen papa en mama.
‘Hij maakt maar een grapje. Grote mensen zeggen zulke dingen wel vaker, maar ze menen er niets van,’ stelde mama hem gerust.
‘Natuurlijk meent hij het niet,’ zei papa lachend. Maar Lars kon er niet om lachen. Stampvoetend van kwaadheid over zoveel onbegrip vluchtte hij naar boven.

Hij was het voorval bijna vergeten. Tot gisteren. Terwijl hij een puzzel maakte, luisterde hij naar de radio. Eerst leek het nog een leuk liedje, dat liedje over Flappie en zijn baasje. Het deed hem aan Sneeuwwitje denken en aan zichzelf. Aandachtig luisterde hij verder. Vlak voor kerst was Flappie verdwenen, terwijl de jongen het hok nog zo goed had dichtgedaan. Hoe hij ook zocht, hij kon haar nergens vinden. Als Sneeuwwitje zoek was, dacht Lars nog, dan zou hij er ook alles voor over hebben om haar te vinden.
Lars zette de radio wat harder om maar niets van het vervolg te missen. Had hij dat maar niet gedaan, dan had hij vast de vervelende afloop van het liedje niet gehoord. Toen de familie namelijk aan het kerstdiner zat, riep de vader vrolijk uit dat dáar dan Flappie was, geslacht en geserveerd als hoofdgerecht…
‘Wat een naar liedje is dat toch,’ zei mama, toen ze binnenkwam en ze drukte de radio uit. Maar
het was al te laat; het herinnerde hem spontaan aan de woorden van de buurman. Zie je wel, dacht hij, grote mensen zijn niet te vertrouwen. Stel je voor… stel je voor dat de buurman zijn Sneeuwwitje… Hij had immers gezegd, dat ze een beste was voor kerst. Net als Flappie…
Nu is het bijna kerst en daarom staat hij ook voor het raam. Om Sneeuwwitje en de buurman in de gaten te houden.

Die nacht doet hij geen oog dicht. Hij ligt te draaien en te woelen en staat om de haverklap op om uit het raam te kijken. In de maneschijn kan hij net het hok zien.
Mama kwam nog even binnen om hem welterusten te zeggen.
‘Wat is er toch met je aan de hand?’ vroeg ze ongerust. Hij vertelde het haar niet. Ze zou er vast weer om lachen, het misschien wel aan papa vertellen.
‘Ben je soms zenuwachtig voor de kerstviering?’
Hij knikte maar wat. Ze drukte hem een zoen op zijn voorhoofd. ‘Daar hoef je toch niet van wakker te liggen? Ga maar gauw slapen.’
Hij draait zich nog eens om. Natuurlijk maakt hij zich niet druk om het gedichtje, hij maakt zich zorgen om Sneeuwwitje. Morgenmiddag, als hij naar de kerstfeestviering gaat, moet hij haar helemaal alleen thuis laten. Hij moet iets bedenken om de buurman bij Sneeuwwitje vandaan te houden. Dan krijgt hij zomaar een geweldig plan. Een last valt van hem af en eindelijk valt hij in slaap.

Morgen verschijnt deel 2

Deel dit verhaal:
Auteur van de week

Geschreven door:

Thema: Blog
24 december 2015

6 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars