“Dan kun jij mooi het kindje Jezus binnenbrengen”

Onze kleine dorpskerk heeft geen kerstnachtdienst, alleen een dienst op de kerstmorgen. In de week voor Kerst spreek ik mijn katholieke collega. Hij is diaken en teamleider van de parochie waar ons dorp ook bijhoort.

“Hebben jullie een Kerstnachtmis?” vraag ik.
“Wel vijf!” zegt hij. “Maar de échte is om 11 uur.”
“Dan kom ik ook,” zeg ik.
Hij reageert enthousiast: “Maar dan moet je ook wat dóen!”

Ik aarzel.

“Waar dacht je aan?” vraag ik.
“Als jij het Evangelie leest?” zegt hij.

Een protestantse dominee die het evangelie leest in een katholieke kerstnachtmis, dat spreekt me wel aan. Ik knik.

“Dan kun jij ook mooi het kindje Jezus binnenbrengen,” gaat hij verder.

Het kindje Jezus binnenbrengen? Die traditie ken ik niet. Maar goed – het kerstkind wil ik overal wel binnen dragen.

Kerstavond. De kerk stroomt vol. Buiten op het kerkplein heeft iedereen zich verzameld die iets moet doen in de mis. We stellen ons op in volgorde van binnenkomst. Een paar herders met schapen op hun nek – in de kerk staat een grote kerststal en zij maken het plaatje compleet. De misdienaars, de lectores, mijn collega en ik.

Ik krijg het kindje Jezus in mijn armen gelegd: een oud, verguld houten beeld van een zoete baby die zijn armpjes naar me uitstrekt. Ik trek het dekentje wat strakker om hem heen. Dan is het tijd. De stoet komt in beweging. Een bonte verzameling mensen, en het Kerstkind gaat met ons mee.

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars