Kettingreactie deel 2 (slot)

‘Hier is het, pap,’ hoor ik een bekend kinderstemmetje aan het eind van de middag.
Daar staat het meisje van vanmorgen weer bij mijn strandtent. Ze staart verlegen naar de grond.

Gejokt

‘Dag mevrouw,’ bromt een zware mannenstem. ‘Ik ben de vader van Mirthe.’
Hij knikt naar het meisje en spoort haar aan: ‘Nou, zeg het maar, Mirthe.’
‘Hier is het geld voor het ijsje,’ zegt ze bedeesd.
‘Maar dat hoeft toch niet,’ zeg ik tegen haar vader.
Tegen het meisje zeg ik: ‘Zeemeerminnen hebben toch geen geld? Ze leven van de wind, de zee en de liefde. Daarom heb ik je een ijsje gegeven. Wat je gekregen hebt, hoef je niet te betalen. Dat is nou leven van de wind.’
Tot mijn verbazing krijgt ze een kleur en kijkt snel weer naar de grond.
‘Maar eigenlijk ben ik helemaal geen zeemeermin,’ hoor ik haar zachtjes zeggen.
‘Nee?’ roep ik. ‘Wat jammer nou. Ik was juist zo trots dat ik een echte zeemeermin had gesproken.’
Ik vang haar blik en lach naar haar.
‘Ik heb een beetje gejokt. Maar niet dat ik uit de zee kwam.’ Ze wijst naar de kustlijn. ‘Ziet u dat bootje daar? Die is van mijn vader, we hadden een heel eind gevaren. Ik had heel erge dorst en papa had het zo druk met zijn boot.’
‘Weet je wat? Ik geef het geld weer terug aan je vader. Dan kun je nog eens een ijsje kopen.’

Op het strand schijnt de zon altijd

Ze lacht alweer. ‘Dus u bent niet boos?’
‘Nee, natuurlijk ben ik niet boos. Jij liet het zonnetje schijnen.’
‘Dat deed ik niet, hoor,’ beweert ze eigenwijs, ‘op het strand schijnt de zon toch altijd?’
We lachen alle drie. Ik geef haar vader een samenzweerderig knipoogje.
‘Maar nu moeten we echt gaan, Mirthe, we moeten hoognodig naar huis.’
‘Dag,’ zingt Mirthe terwijl ze me snel nog een papiertje in mijn hand drukt. ‘Dit is voor Roos.’
In gedachten verzonken staar ik haar na, mijn zeemeerminnetje. Ze huppelt mijn leven weer uit, haar staartje wapperend achter haar.
Ik kijk net zo lang totdat het bootje achter de horizon is verdwenen.

Het cadeautje

Dan voel ik het propje in mijn hand. Ik herken de kleuren; het is het verpakkingspapiertje van een Raketje.
Er rolt iets uit het papiertje. Voorzichtig raap ik het van de grond.
Ik slik als ik de prachtigste schelpjes in mijn handen houd, samen geregen tot een bijzonder mooi kettinkje met in het midden een haaientand.
‘Voor Roos,’ had Mirthe gezegd.
Ik slik nog eens. Ik kan bijna niet wachten om het haar te geven en vooral niet om haar het verhaal van dit kettinkje te vertellen.
Voorzichtig druk ik het tegen mijn hart. Het kettinkje, met zoveel liefde gemaakt door een kleine zeemeermin, die het op een zonnige dag op het strand bracht voor een ziek schelpenmeisje.

 

(Klik hier  om deel 1 te lezen)

Deel dit verhaal:
Gastblogger

Geschreven door:

Thema: Blog
3 augustus 2017
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief