MENUMENU

Dovemansoren deel 2 (kort verhaal)

Vandaag kun je eindelijk genieten van deel 2 van het korte verhaal Dovemansoren van schrijfster Conny Hoogendoorn. Heerlijk om zelf te lezen, maar voorlezen maakt het nog mooier. Juist ook voor volwassenen.

Verschrikt trekt ze haar benen naar zich toe en schiet overeind. Een kitscherige kandelaar raakte venijnig haar scheenbeen. Voor haar holt een corpulente vrouw achter wegrollende paarse stompkaarsen aan. Haar winkelwagentje is omgekiept. Ze staat op en zet hem recht. Ze schudt wat viezigheid van een mintgroen fleeceplaid en legt het naast twee helderblauwe kussens en een schilderij vol klaprozen terug in de kar. Wat een spataderen, denkt ze als ze de vrouw onelegant ziet bukken. Volgens mij is ze jonger dan ik. Ze raapt een doosje roze waxinelichtjes van het asfalt en legt ze er bovenop.‘Sinnlig’, leest ze op de verpakking. Ze grinnikt en wrijft, terwijl ze terug naar de slaapbank loopt, over de pijnlijke plek op haar been.
‘O mevrouw, dank u wel! Wat vriendelijk van u!
Alweer, denkt ze. Wat ben ik toch aardig!
‘Ik ben ook zo onhandig de laatste tijd. Heb ik u pijn gedaan? Wacht, daar heb ik wat voor!’
Met een knalrood aangelopen gezicht draait ze haar handtas om op de bank. Ze wist het zweet van haar voorhoofd en graait tussen lippenstift, portemonnee, pennen, vitaminepillen… en twee doosjes Ymea. Dat verklaart veel, denkt Dana, die verrekte opvliegers! Ze bijt op haar onderlip. De vrouw graait tussen de stapel. Triomfantelijk steekt ze een tube Arniflor in de lucht.
‘Altijd bij me!’ roept ze en draait de dop eraf.
Wat niet? denkt Dana. Hoeveel rommel kan je met je meeslepen?
‘Doet u snel wat gel op die plek. Dan wordt het niet blauw.’ Ze reikt haar de tube aan. ‘Het ondersteunt het herstellend vermogen van de huid!’
Een wandelende bijsluiter, denkt Dana en bijt iets harder op haar lip nog. Ze realiseert zich dat tegenstribbelen geen zin heeft. Gehoorzaam smeert ze wat van de groene smurrie op haar been.
‘Mijn vriendin haalt de auto’, zegt ze en schuift met een brede armzwaai de berg spullen in haar tas. ‘Nou ja, ‘n vriendin. Mijn echte vriendin is mijn vriendin niet meer.’ Ze zucht diep. ‘Ze kwam eergisteren op de koffie. Ik had haar gebeld, want ik moest echt even mijn verhaal kwijt. Ze kwam direct. U wilt niet weten wat me overkomen is.’
Dana trekt vragend haar wenkbrauwen omhoog. Het blijkt voldoende aanmoediging.
‘Het is mijn man. Hij moest me wat vertellen, zei hij. Het hoge woord moest eruit. Toen mijn moeder zo ziek was, hield hij zich stil. Ik had al genoeg aan mijn hoofd, zei hij. Maar nu ze er niet meer is, moest hij het wel zeggen: hij heeft een ander. Hij is verliefd. Al een poos.’ Haar ogen worden vochtig. ‘Nou, toen kwam dus mijn vriendin. Ik direct janken natuurlijk. Ik kon geen woord uitbrengen. Maar dat hoefde ook niet. Het praten deed zij wel. Ze zei dat ze zo blij was dat hij alles verteld had. Hoe weet zij dat nou, dacht ik nog. Ik heb nog niets gezegd. En ze was zo gelukkig dat ik niet boos op haar was, dat zei ze ook nog.’
Dana toont haar verbijstering door haar hand tegen haar mond te leggen.
‘Ik snapte er geen sikkepit van. Totdat ze zei dat ze er niet op uit waren geweest. Het was zomaar gebeurd, zei ze. Toen ik die week in het ziekenhuis lag. Bijna een jaar geleden, hè! En ik was haar toen nog wel zo dankbaar. Dat ze zo goed voor hem zorgde, de sloerie!’ Ze wappert zichzelf wat koelte toe.
Omdat ze anders haar mond niet goed kan zien, legt Dana haar hand op die van de vrouw. Ze krijgt een dankbare blik terug.
‘Van hem snap ik het eigenlijk wel. Een vrouw met mijn lichamelijke problemen vrijt nou eenmaal niet graag. En ik kan niet zeggen dat ik er knapper op word. Of gezelliger. Ik snap het wel.’ Ze veegt haar ogen. ‘Maar zij! We zijn al vriendinnen vanaf zwangerschapsgym! Een secreet is het.’
Dana klopt op haar hand. Ze schaamt zich dat ze de vrouw eerst stiekem heeft uitgelachen.
‘Maar hij komt van een kouwe kermis thuis, hoor! Leer mij Annie kennen. Ze is wel een stuk jonger, maar zo’n liefje is het echt niet. Daar komt hij wel achter.’ Met haar vinger trekt ze haar ooglid een stukje omlaag. ‘Zaterdag ga ik voor een tijdje in het huis van mijn vader wonen. De kinderen laat ik thuis, bij hem. Zal hem tegenvallen. Ik moet nog zien of dat loeder de was doet! Ik heb allemaal gezellige spulletjes aangeschaft. Dan fleurt het huis van pa een beetje op. Want ik kan natuurlijk niet alles zo maar nieuw kopen. Alleen dat ouwe bed doe ik weg, denk ik. Daar hebben mijn ouders ruim zestig jaar in geslapen.’ Ze trekt een vies gezicht. ‘Mijn man houdt alles maar lekker zelf. Ik hield toch al nooit van dat moderne, witte spul. Strak. Glad. Koud! Dat wilde hij altijd graag. Ik ben meer van de kleurtjes. Veel gezelliger. Die kan ik dan lekker mee naar huis nemen als hij weer bijdraait, want dat doet hij heus wel.’
Pal voor hen stopt een auto. ‘Kijk, daar is …’ Ze draait zich om. Wat een ellende, denkt Dana, terwijl de vrouw doorpraat. Ik was ook ineens mijn partner kwijt. Maar zij krijgt hem misschien wel weer terug. Dat zou mooi zijn.
Als alle aankopen zijn ingeladen, loopt de vrouw weer naar Dana. ‘Het was fijn om even met u te praten.’ Tot Dana’s verrassing omhelst ze haar. ‘U kunt goed luisteren.’
Hou je haaks, meid, denkt Dana als de auto wegrijdt. Als bemoediging steekt ze haar gekruiste wijs- en middelvinger in de lucht.

Het zal je maar gebeuren, denkt Dana, ik moet niet zo zeuren. Eindelijk eens loslaten. Julian kan het leven aan! Dat heb ik toch maar mooi bereikt! Arend zou trots op me geweest zijn. Misschien zou ik wat meer uit mijn schulp moeten kruipen. Eindelijk eens wat durven. Ik ben toch niet de enige dove op de wereld! In gedachten verzonken schudt ze haar hoofd. Ze kijkt op als er een schaduw over haar heen valt. Ze had Julian niet nog verwacht. Hij moet zich wel gehaast hebben, denkt ze.
‘Zit mijn bank lekker, mam?’ leest ze van zijn lippen. ‘Heb je je erg verveeld?’
Ze knikt eerst, schudt dan haar hoofd. Hij kijkt haar recht in haar ogen. Zoals altijd.
‘We hebben niet gecontroleerd of het mechanisme wel deugt, bedacht ik me onderweg.’
Ze schrikt. Niet aan gedacht. Schuldbewust schudt ze haar hoofd. En grijnst. Hij zucht en spreidt theatraal zijn armen. Zijn ogen lachen.
‘Dat zou papa nooit vergeten zijn!’
Ik moet niet zo klagen, denkt ze. Wat is het toch een lieverd. Loslaten, Dana! Ik denk het steeds. Ik red me wel. Utrecht is niet zo ver. Het komt goed. Ze vlecht haar vingers en drukt haar gevouwen handen innig tegen haar borst.
‘Ik ook van jou, mam’, zegt hij. Hij kopieert het gebaar dat ooit, lang geleden, haar leven veranderde. Hij grijnst.
‘Zullen we eens kijken hoe we dit gevaarte in de bus kunnen krijgen, mam.’
Ze knikt. En glimlacht.

Lees ook het eerste deel van het verhaal Dovemansoren.

Of ontdek een ander kort verhaal van Conny Hoogendoorn.

6 reacties op “Dovemansoren deel 2 (kort verhaal)
  1. Sabien schreef:

    Ik heb weer genoten! Wat een talent heb je toch! En je laat anderen hiervan genieten! Heerlijk!!!! Bedankt

    • Conny Hoogendoorn schreef:

      Wat een heerlijke reactie. Mijn glimlach gaat van oor tot oor. Dank je wel!

      • Tineke schreef:

        Mooi verhaal!
        Luisteren is de boodschap. Ik doe mijn best. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd wat mij betreft 🙂

  2. Ad schreef:

    Veel facetten van het leven je voor mij heel mooi verwoord! Dank je wel.

Deel dit verhaal:
Auteur van de week

Geschreven door:

Thema: Blog
13 juni 2015

7 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars