MENUMENU

Weggestopt 1/2

Met dit verhaal won Conny afgelopen zomer de eerste verhalenwedstrijd van Sestra met als thema 'Eerste hulp bij...'. Vandaag kun je genieten van deel 1 en volgende week van deel 2.

‘Ik weet niet of ik het red’, zegt hij terwijl hij naar de knalrode broodtrommel in Jenny’s uitgestoken hand reikt. ‘Vanmiddag heb ik nog een rit naar Delfzijl.’
Zijn vrouw trekt de plastic doos terug. ‘Delfzijl? Kon een van de jongens dat niet doen?’
‘Nee, die zijn helemaal ingeroosterd. Het is voor Van Kesteren. Een spoedklus.’
Michael pakt zijn thermoskan van het aanrecht.
‘Van Kesteren? Ik dacht dat je niet meer voor hem reed.’
Hij snuift. ‘Liever niet natuurlijk, maar we kunnen de centen goed gebruiken. Heb je die rekeningen gezien?’ Hij wijst naar twee enveloppen op de hoek van de keukentafel. ‘Het gaat maar door.’
‘Ja, maar Michael … Maartje dan? Ze zal vast …’
‘Het ís niet anders!’ Hij grist zijn lunch uit haar handen. Tussen zijn vingers lijkt de Tupperware doos plots zoveel kleiner. Klaar om te vertrekken talmt hij even. Hij steekt zijn hand uit. Vergeefs. Bruusk draait hij zich om als ze zijn kus ontwijkt.
‘Tot vanavond.’
De achterdeur knalt dicht.

In deze mist duurt mijn terugrit wel twee keer zo lang als ernaartoe. Zelfs Jenny moet snappen dat ik onmogelijk op tijd in het ziekenhuis kan zijn. Of niet. We lijken elkaar niet meer te begrijpen. Voor het eerst in jaren schuift ze ’s nachts haar koude voeten niet meer tussen mijn benen. Ik mopperde er wel eens over. Nu mis ik ze, haar ijsklompjes.
Hij zucht.
Maartje zal natuurlijk teleurgesteld zijn. Dat weet ik best.
Zijn vingers klauwen om het stuur.
Ik had natuurlijk één van de jongens kunnen sturen. Geen probleem. Ik ben een goeie baas, altijd al geweest. Ik vraag nooit meer van ze dan wat redelijk is, omdat ik weet hoe het is. Ik heb toch ook jaren voor een baas gereden.’ Ik ga het anders doen’ zei ik tegen Jenny, toen we onze tweede wagen kochten. Wát een investering! Maar ik heb me eraan gehouden. Vijf trucks nu en ik ben goed voor mijn jongens. Ze snappen maar al te best wat we nu doormaken. Zelf hebben ze immers ook kinderen. Wat een herrie!
Geïrriteerd stemt Michael zijn autoradio af op een ander station. Countrymuziek kabbelt door de cabine.
Dat is beter! Dat gezwets van die lui.
Opnieuw een zucht.
Ik wilde gewoon een dagje niets. Ik kan er niet meer tegen. Ik weet echt niet wat ik moet doen als ze zo moet overgeven. Ze is zó ziek van dat smerige rotvergif uit dat infuus, dat ze het amper kan verdragen dat ik haar aanraak!
Die Vlaamse dokter die er zoveel meer van weet… Hij behaalt fantastische resultaten. Jenny las het op internet. Ze is in dat soort dingen zo veel handiger dan ik. Ze mailt hem. Haast iedere dag. Als een leeuwin, vechtend voor haar welp. Ik ben nergens toe in staat. Ik sta er maar en kijk. Naar mijn meisje in dat veel te grote ziekenhuisbed.
Het zicht wordt slechter. Michael schudt zijn hoofd en buigt naar voren. Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en tuurt door het grijze gordijn voor hem. Hij vermindert de druk op het gaspedaal.

Jenny weet altijd de goede woorden te vinden. Of te voelen wat ze moet doen. Een slokje water. En nat washandje. Een moeder wéét het gewoon. Ik sta er maar wat, en sterf iedere keer een beetje.
Vlak voor hem doemt een kleine auto op. Hij remt krachtig.
Dat ging maar net goed! Waarom rijdt dat barrel in hemelsnaam zo langzaam?
Zijn hart bonst. ‘Baby on board’ leest hij op de reflecterende oranje sticker op de achterruit. Haast duidelijker zichtbaar dan het minuscule mistachterlicht dat nauwelijks in staat is om door de dichte nevel heen te prikken.
Goedkope rommel! Gekkenwerk!
Hij neemt de afslag naar het tankstation.
‘Baby on board’ Het resoneert in zijn hoofd.
Kan mijn meisje ooit zo’n sticker op haar auto plakken? Wat doet die chemo met haar tengere lijffie? Geen idee. Ik ben toch geen dokter! Sode…’
Zijn telefoon gaat.
‘Engel Transport, met Mi…’
Met toenemende ergernis luistert hij naar de scheldkanonnade in zijn oor.
‘Ik heb de papieren afgegeven die mij zijn meegegeven. Als ze niet in orde zijn, kan u misschien beter…’
Hij verbijt zijn antwoord. Hier is geen speld tussen te krijgen.
‘Maar meneer Van…’ Een uiterste poging nog, maar Van Kesteren heeft de verbinding verbroken. Knarsetandend stuurt hij zijn wagen de weg weer op.
Jenny heeft gelijk. Wat een bullebak. Ik moet niet meer rijden voor die lomperik.
Hij slaat op zijn stuur.
Ik hoef me toch niet  te laten afblaffen?

De mist wordt dikker. Pokkeweer!
Opnieuw gaat zijn telefoon tekeer. Hij opent het bericht: ‘Je moet komen! Nu! Dr. DeConinck wil haar helpen. Maartje kan naar Brussel. Maar dat moet dan wel vanavond nog!’
Het zal toch niet? Juist nu. Die ene keer dat ik er niet ben. Maar hoe geweldig is het! Mijn meisje…
Zijn telefoon landt onzacht op de passagiersstoel. ‘Misschien. Misschien…’
Hij pakt zijn pakje shag. Het glipt uit zijn vingers. Tabak verspreidt zich rond zijn voeten. Opwellende tranen vertroebelen zijn toch al zo slechte zicht.

Aanhoudend geclaxonneer!  In een reflex stuurt hij de truck terug naar zijn eigen weghelft.  De rechterwielen raken het gras. Met moeite houdt hij het gevaarte onder controle. Hij hapt naar adem en zet zijn wagen aan de kant.
‘Idioot!’
Hij slaat zijn handen voor zijn gezicht.
Misschien moet ik eerst even tot rust komen. Anders kom ik helemaal niet  aan. Beter laat dan nooit!
Hij opent zijn deur en laat zich naar beneden zakken. Met energieke bewegingen veegt hij de tabak terug in het lege pakje. Terwijl hij leunend tegen zijn cabine zijn shaggie dicht likt, ziet hij vlak voor zijn auto twee verse bandensporen in het gras. Hij steekt zijn peuk aan en neemt een diepe hijs. En blijft ernaar staren. In zijn hoofd heerst chaos. Met twee handen omvat hij zijn schedel. Hij moet nu naar het ziekenhuis. Maaike moet naar België. Brussel! Jenny zei Brussel! Maar die sporen dan? Hij slaat met twee vlakke handen hard tegen zijn wangen. Dan draait hij zich om en trekt zichzelf omhoog. Zijn beweging stokt. Langzaam draait hij zijn hoofd naar links.
Die verrekte verse sporen in het gras!
Zijn zware schoenen landen op het asfalt. Nijdig schopt hij tegen zijn voorband.

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars