MENUMENU

Moeders kerstdiner

December 2016. We moeten even opwarmen, mijn kleindochter en ik. Met een beker warme chocolademelk ploffen we neer bij de haard. We hebben zojuist een stevige wandeling gemaakt. Het was ijzig koud buiten, maar toch wilden we deze kans benutten. Zo vaak gebeurt het niet dat er zo’n pak sneeuw valt.

‘Oma? Oma, u houdt toch ook heel veel van sneeuw?’
Ik kijk uit het raam en zie dat uit de loodgrijze lucht nog steeds sneeuwvlokken dwarrelen. De straat is vol leven. De lantarenpalen zijn nog net niet aangesprongen en het lijkt wel of de sneeuw alle kinderen voor het donker nog de straat op jaagt. Mensen haasten zich naar de winkels voor de laatste boodschappen voor hun luxe kerstdiners. Zij lijken het veel te druk te hebben om de sneeuw op te merken.
‘Ja, meisje’, bevestig ik, ‘oma houdt heel veel van sneeuw en vooral met kerst. Dan moet ik altijd denken aan mijn allereerste, witte kerst…’

25 december 1944

‘Maartje, Maartje!’ Het is mijn jongere zusje die me wakker maakt. Geërgerd trek ik de warme dekens over mijn oren, totdat het tot me doordringt hoe opgewekt ze klinkt. Ik weet het al weer, het is Kerst.
‘Kom joh, er is sneeuw gevallen!’ roept Geertje nu. Dat laat ik me geen tweede keer zeggen; voor sneeuw spring ik meteen mijn bed uit.
Ze heeft gelijk: het is prachtig buiten. Snel hijs ik me in mijn warme kleren.

Winterpeen

Onze wangen zijn roodgekleurd en onze handen tintelen als we klaar zijn met het bouwen van een reusachtige sneeuwpop. Moeder heeft speciaal voor het kerstmenu wat winterpeen achter de hand gehouden. Nu komt ze ons er eentje brengen.
‘Zo’n mooie sneeuwpop verdient een mooie neus,’ lacht ze vrolijk, terwijl ze de peen op de plek waar een neus hoort te zitten prikt.
Het is al vier jaar lang oorlog en er is niet veel eten meer. Zelfs op onze boerderij wordt het voedsel nu schaars. Er komen steeds vaker mensen van heinde en ver om bij ons eten te halen. Vader en moeder proberen zoveel mogelijk de helpende hand te bieden, want zij vinden dat we moeten delen van onze rijkdom. Dat vind ik wel een beetje vreemd, we zijn immers helemaal niet rijk. Toch snap ik best dat we elkaar nu moeten helpen. Daarom twijfel ik nog wat over die peen. Maar mama knikt me toe, ze begrijpt wel waarom ik twijfel, maar het mag echt. Eén winterpeen voor de sneeuwpop. Omdat het feest is vandaag.

Warm

‘s Avonds genieten we met z’n vieren van ons kerstdiner: hutspot met een klein stukje spek. Ik kan me niet herinneren dat iets me ooit zo goed heeft gesmaakt. Na het eten loop ik naar het raam en schuif voorzichtig een klein stukje van het verduisteringsgordijn opzij. Ik wil nog even een glimp van onze sneeuwpop opvangen. In het maanlicht ontwaar ik zijn silhouet en ik voel me warm worden van trots. Het is een pracht exemplaar met zijn vaders zwarte hoed, geruite sjaal en oranje neus.

Kerstdiner

Als Geertje en ik de volgende dag verwoede pogingen doen om het erf sneeuwvrij te krijgen, zien we twee mensen naderen. Moeder heeft hen ook al gezien en komt naar buiten. Ze nodigt hen uit in onze warme keuken. Het zijn een vader en zijn zoontje en ze komen uit het Westen van het land. Al dagen lang zijn ze onderweg op zoek naar eten voor hun gezin. Er is in de grote steden bijna niets meer te krijgen, vertellen ze.
Moeder maakt de logeerkamer in orde. De twee gasten blijven vannacht slapen, zodat ze morgen uitgerust de lange tocht naar huis kunnen hervatten.
Die tweede kerstavond eten we weer hutspot, nu met z’n zessen. De gasten vallen op het kerstmaal aan terwijl ze verzuchten dat dit het allerbeste kerstdiner is dat ze ooit hebben gegeten.
Na een goede nachtrust en met een gevulde maag, vertrekken de twee. Thuis wachten een vrouw en nog drie kinderen op hen. Ze krijgen eten mee voor thuis. Het is niet genoeg, beseft vader, maar er is niet meer. Ik loop een klein stukje met hen op. Dan ziet Kees de sneeuwpop. Hij is er verrukt van.
‘Heb jij die gemaakt?’ vraagt hij, ‘hij is prachtig, ik heb nog nooit zo’n mooie gezien.’
Ik knik trots. Dan nemen we afscheid van elkaar.

Tranen

Verdrietig kijk ik hen na. Pas als ik hen bijna niet meer kan zien, draai ik me om en kijk recht in het gezicht van de sneeuwpop. Wat staart hij mij opeens verwijtend aan. Gemeen bijna. Zijn zwarte kraaloogjes loensen en zijn steentjesmond trekt een scheve grijns. Maar dat hij zo boosaardig kijkt, komt vooral door zijn neus, weet ik ineens: de grote, knaloranje peen.
In een flits trek ik de peen uit de sneeuwpop en begin te rennen. Ik ren zo hard ik kan en roep hard: ‘Kees, wacht!’
Als ik hen eindelijk ingehaald heb, duw ik Kees de peen in zijn hand en ren zonder wat te zeggen terug naar huis, naar de sneeuwpop. Hij ziet er raar uit met dat gapende, zwarte gat in zijn gezicht. Raar, maar hij kijkt niet meer gemeen of verwijtend.
Als Geertje hoort wat er aan de hand is, moeten we heel hard lachen om die rare sneeuwman, zo hard dat er tranen over onze wangen biggelen.

december 2016

Mijn kleindochter slaakt een diepe zucht.
Ik glimlach om de herinnering. En vader en moeder? Ach, wat waren ze trots op ons. En wat ben ik trots op hen, nog steeds. Niet geld en bezit waren hun rijkdom, maar gastvrijheid en vriendelijkheid. Ze deelden er royaal van uit. Maar dat zal ik haar later wel vertellen, mijn kleindochter van vijf.
Ik sta op. ‘Ik ga eens aan de slag. Vanavond komen immers jouw papa en mama eten. En ook tante Geertje.’

Voor de ingrediënten van mijn kerstrecept hoef ik gelukkig niet naar de drukke winkels of uren in de keuken te staan, denk ik, terwijl ik de aardappelen schil. Daardoor heb ik mijn dag aan veel waardevoller zaken kunnen besteden. Toch staat mijn gasten vanavond een bijzonder kerstdiner te wachten. Een diner naar een ruim zeventig jaar oud recept.
Ik heb er geen receptenboek voor nodig, ik ken het uit mijn hoofd. Het staat voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Ik pink een traantje weg. Dat heb je, met uien…

3 reacties op “Moeders kerstdiner
  1. Marina schreef:

    Prachtig verhaal, als we delen en zeker ook als we zelf al niet veel hebben , maken we de wereld een stukje mooier, en dat is hard nodig, wat dat betreft veel te doen. En het lijkt soms hopeloos maar we mogen niet opgeven. Ik proef in dit stukje ook een verlangen naar vroeger, het waren moeilijke omstandigheden maar er was ook ietsvwat nu toch niet meer als vanzelfsprekend ervaren..

  2. Tineke Ebing schreef:

    ja Irma dat waren andere tijden, maar de link naar het heden is snel gelegd. Ook nu lopen er mensen rond die
    niet genoeg te eten hebben of op straat leven. Moet er niet aan denken met Kerst buiten te moeten rondlopen. Gelukkig is er hier een daklozen opvangcentrum dat verzacht een beetje de pijn. Maar toch, mijn hart gaat uit naar al die mensen die om wat voor reden dan ook het niet kunnen vinden in hun eigen omgeving. Laten we daar maar een kaarsje voor aansteken en in ons gebed meenemen en hopen op een beter nieuw jaar voor Iedereen. Aandacht voor elkaar is zo fundamenteel, kan niet genoeg gebeuren. Dank voor je ontroerende verhaal en gezegende kerstdagen en een sprankelend nieuwjaar! Tineke ebing

Deel dit verhaal:
Auteur van de week

Geschreven door:

Thema: Blog
22 december 2016

[views]
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars