MENUMENU

Ongewenste handen

Ik heb twee dochters en dat is een kwetsbaar bezit.

Als dromerige tienjarige ben ik niet weg te slaan uit de  bibliotheek. Als er een nieuw exemplaar van ‘Wipneus en Pim’ of de ‘De Vijf’ staat, heb je aan mij geen kind. Maar één biebbezoekje herinner ik als de dag van gisteren. Als ik bij een rek jeugdboeken een beetje wegdroom, voel ik opeens dat ik vanuit het andere gangpad bekeken wordt. Ik vind het onprettig en loop snel weg. Als ik even later aan de leestafel een ‘Duckie’ doorblader, voel ik opeens een hand op mijn knie. Ik schrik, roep ‘blijf van me af’ en hol gauw de bieb uit. Terwijl ik wegfiets, blijf ik achterom kijken of hij me niet achterna komt.

Als onhandige puber van dertien maak ik nog een keer zoiets mee. In een volle bus zit ik naast een onbekende man. Zijn hand glijdt van zijn schoot tegen de zijkant van mijn been. Ik kijk voorzichtig zijn kant op. Misschien is hij in slaap gevallen? Maar dan voel ik opeens zijn hand op mijn knie. Ik duw hem weg. Gelukkig is de bus al bijna bij mijn halte.

Ik ben blij dat mijn ouders me zelfbewust hebben opgevoed. Op mijn achtste bood de buurman me een lift aan van het benzinestation naar huis. Ik weigerde, omdat ik van mijn moeder niet met vreemde mannen mee mocht. Ik was zo’n dromelotje dat ik de buurman niet herkende, maar mijn moeder was toch blij dat ik zo resoluut ‘nee’ had gezegd.

Ik ben blij dat mijn ouders me gezonde intimiteit hebben geleerd, zodat ik wist wat mijn grens was. En tegelijkertijd besef ik dat dat in veel gevallen niet genoeg is. Dat vrouwen heel duidelijk ‘nee’ zeggen en toch te maken krijgen met seksuele intimidatie en meer.

Fotografie: Scott Akerman (flickr.com)

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars