Overbuurman

Vanuit mijn werkkamer heb ik uitzicht op onze laan. Het is zo’n laan van honderd jaar oud met even oude kastanjes. Schuin tegenover mijn werkkamerraam heeft iemand een afsluitbare zandbak rond zo’n kastanje getimmerd. Voor de kinderen. Zo’n handige vader, die ik nooit zal worden. Een lamp ophangen is al een klus waar ik dagen tegenop kan zien. Nog net geen slapeloze nachten krijg ik daarvan.

Maar goed, die zandbak dus. Daar zit hij weer, Bobby, zo noem ik hem. Vorig jaar zat hij er ook. Elke dag, van mei tot september. Toen werd het blijkbaar te koud. Bobby is een oude, zwarte man. Volgens mij woont hij in het opvanghuis tegenover ons. Zo’n huis voor mensen bij wie alles simpelweg mislukt is in het leven.

Bobby zit er elke dag, onder die boom. Als een soort Nathanaël , die op Jezus wacht, maar dan met shag en drank.  Bobby hoeft ’s ochtends niet lang na te denken wat hij aan zal trekken die dag. Hij heeft eigenlijk maar een keuzemoment: het overhemd. Of een van spijkerstof, of zo’n houthakkersding. Verder draagt hij altijd een spijkerbroek, model jaren negentig. Breed van boven, smal van onder. En een jack, licht beige. Vandaag heeft ‘ie zijn houthakkersoverhemd aan. Alsof ‘ie elk moment aan die kastanje kan beginnen.

Verder heeft Bobby, zoals gezegd, altijd een pakje shag bij de hand. Van Nelle. Dat zie je van een afstand. En ook altijd binnen handbereik: papieren zak met bijbehorende inhoud. Waar kom je dat nog tegen?  Triest leven, mooi beeld. Man met zak. Zwarte man met zak. Het schalt haast over straat:  “I’m just a poor boy, living on the street”.

Bobby murmelt altijd een beetje. Dat kun je zien. Het zijn woorden, geen zinnen.  Sinds kort heeft Bobby mij ook ontdekt. Dan kijkt hij schuin over straat bij mij naar binnen als ik zit te typen. Op zo’n moment begint hij te murmelen. Ben benieuwd wat hij dan zegt. Zou ‘ie de wereld verwensen en mij het hardst? Of komt er een mooi liedje in hem op? Ik kom er waarschijnlijk nooit achter, want als ik dan naar hem kijk, stapt hij snel op en vertrekt.

Meestal blijft het pakje Van Nelle achter op die zandbak. Ik overweeg weleens snel naar beneden te rennen en het pakje achter hem aan te brengen. Nooit gedaan. Zou een onmogelijke onderneming zijn. Bobby vindt mij namelijk een beetje raar. Elke dag achter dat raam zitten typen en ondertussen hem begluren. Ja, hij ziet het wel.  Nooit kan hij eens rustig zitten.’Gekke vent’, denkt hij dan. ‘Je kunt toch veel beter onder een boom zitten, dan de hele dag te zitten typen achter een raam’. Dat denkt hij dan. Bobby, mijn overbuurman.

Foto: Ranjith Shenoy Photography

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars