MENUMENU

Recht gedaan 1/4

Dennis is een man van regelmaat; bij voorkeur heeft hij de zaken overzichtelijk. ‘s Ochtends eerst de post sorteren. Dan, voordat hij zijn ronde doet, een grote mok koffie met een glacékoek uit de automaat. Een enkele keer een kano. Hij houdt ervan doelgericht door de lange gangen te lopen, te doen wat er van hem verlangd wordt.

Zo haalt hij de gevraagde stukken op in het ondergronds archief en bergt de gebruikte zorgvuldig weer op. Toen hij voor het eerst daar beneden kwam, stonk het er. Bedompt, alsof je geen lucht krijgt. Naar vroeger. Geen schoonmaker die zich hier ooit vertoonde. Het deed hem denken aan die donkere, vieze stookkelder van toen hij nog klein was. Je mocht blij zijn als je daar mee naar toe mocht. Samen kolen scheppen was een voorrecht. Over de viezigheid werd nooit gesproken. Dat hoorde er domweg bij. Wat had Dennis deze kelder gepoetst. Op zijn knieën had hij geschrobd en gedweild. Urenlang. Of zijn leven er van afhing. Zijn handen rood en ruw van het hete water en de soda. Net zo lang tot alles glom en blonk. Alleen de hoek waar wat oude toga’s hingen had hij overgeslagen. Hij gruwde er van, maar had ze niet weg durven gooien. Mannen in jurken… Toga’s. Soutanes. Als kind vond hij het al raar. Mannen horen niet in een jurk. Geestelijken niet, advocaten niet, kerels sowieso niet. Je kan ze niet meer uit elkaar houden. Wie doe wat? Je weet het niet. Gelukkig bewaren ze tegenwoordig hun toga’s op de rechtbank. Hier op kantoor zag hij er nooit eentje.

De atmosfeer bevalt hem nog steeds niet. Zo nu en dan schiet er iets onbestemds voor zijn voeten weg. De mannen van de ongediertebestrijding had hij weggestuurd. Ongedierte! Het woord alleen al. Omdat ze grijs zijn? Nietszeggend? Geen vergif in deze kelder! Hij voert zijn kleine vriendjes in de schaars verlichte gewelven onder het oude gebouw vaak een stukje van zijn boterham, stiekem. Hij vindt zelf de korstjes toch niet zo lekker. Er zijn er bij die eten uit zijn hand. Ze weten nu eenmaal niet dat ze op een dag in de val zullen lopen, geofferd zullen worden. De predator, hun natuurlijke vijand, zal zege vieren; net als in menig mensenleven. Overleven of ten onder gaan. Jagen of gejaagd worden. Zo simpel is het. Kijken de engelen niet altijd net de verkeerde kant op? Dennis zou willen dat hij niet steeds zo nadacht! Zorgvuldig prikt hij een stukje van zijn bolletje aan het prikkertje. Wittebrood met pindakaas. Daar houden ze van.

Maar vandaag geen vertrouwde routine. Deze vrijdag is een dag met gedoe. De door de bloemist al vroeg afgeleverde bloemstukken had hij eerder vandaag boven neergezet. De receptioniste had ze uitgebreid bewonderd. En ook hij had de kleuren prachtig gevonden. Toch weet hij diep van binnen dat hij gelijk heeft als hij vindt dat het jammer is om slechts voor één avond zoveel bloemen neer te zetten. Daarvoor vindt hij Gods schepping niet bedoeld. In zijn hart vindt hij het je reinste verspilling.
Met een garde had hij een grote homp groene zeep in een emmer heet water tot schuimend sop geklopt. Hij houdt van de ouderwetse geur. Op de een of andere manier doet het hem aan zijn moeder denken. Vreemd, want hij kan zich amper herinneren hoe ze er uit zag. Hij was nog maar een peuter toen ze…. Maar nee, hij wilde er liever niet verder over nadenken. Beter om gewoon lekker zijn werk te doen. Hij had de stoffige statafels naar een hoek van de kelder gesjouwd en met een borstel stevig schoon geschrobd. Hij had erbij gezongen: Gezang 463, sinds jaar en dag zijn favoriete lied. Hard, vrolijk en vals. Zoals broeder Franciscus vroeger. Hard, vrolijk en vals.

De verouderde, trage lift kostte hem veel tijd, maar uiteindelijk was de grote vergaderzaal op de bovenste verdieping zo goed als klaar. Hij komt er anders nooit. De zaal ademt luxe en overdaad, wat zou Dennis er moeten doen? Zijn plaats is beneden, daar is hij voor iedereen beschikbaar.
Hij is jong en getraind, maar toch had hij flink gezweet. De loodzware tafels waren lastig te hanteren geweest, maar pas echt warm had hij het gekregen toen mevrouw van Knobelsdorf hem was komen helpen met het opwrijven van de champagneglazen. Ze had zo dicht naast hem gestaan. Hij had het er Spaans benauwd van gekregen.
‘Zeg toch Daphne, Dennis!’ had ze geroepen, maar daar was hij niet op ingegaan. Zijn bescheiden functie liet immers niet toe de advocaten bij hun voornaam te noemen, wist hij. Hij had wat gemompeld. En zijn elleboog lelijk gestoten. Zij had gegiecheld. En geproest toen ze hem zag blozen.
‘O Heer die onze vader zijt vergeef ons onze schuld. Wijs ons de weg der zaligheid en laat ons hart door u geleid met liefde zijn vervuld.’
Hij had zacht geneuried, maar haar spottende meisjeslach wilde sindsdien niet meer uit zijn hoofd.

Hij realiseert zich dat hij nog veel werk te verzetten heeft. In de hal staat een groot aantal in glanzend folie verpakte dozen, feestelijke cadeaus voor alle medewerkers. Voordat de lustrumborrel van start gaat, moet hij daar een kleurige toren van bouwen. Die zal als achtergrond dienen voor de groepsfoto waarop alle advocaten in vol ornaat zullen prijken. Het zijn er inmiddels heel wat. Eerst maar een boterham. Hij moet hoognodig aan de slag, anders komt hij zeker in tijdnood, maar hij zit als bevroren in zijn stoel. Zijn handen klemmen zo stevig om zijn beker melk dat de knokkels van zijn vingers wit wegtrekken. Hij zucht. Zorgvuldig vouwt hij het aluminiumfolie weer om zijn brood. Verwarrende gedachten flitsen door zijn hoofd. Niet enkel die lustrumborrel, maar vooral zij is de oorzaak. Hij ziet de onderzoekende blikken van de anderen wel. Hij merkt dat hun ogen nieuwsgierig heen en weer schieten tussen hem en die nieuwe advocate-stagiaire, die steeds maar weer iets van hem nodig lijkt te hebben. Kletsen ze over hem als hij zijn bezorgronde doet? Hij weet het niet zeker. Dagelijks wordt hij omgeven door mannen in maatkostuums, vrouwen met een strenge knot of paardenstaart. Inwendig neerkijkend op minder ontwikkelde mensen die werk doen waar zij zich boven verheven voelen? Het kan hem weinig schelen als de zwartjurken soms uit de hoogte doen, maar dat het ondersteunende personeel nu misschien wel over hem kletst doet hem pijn. Begrijpen doet hij het niet. Of ziet hij spoken? Vanmorgen waren ze allemaal gewoon aardig tegen hem. Hij schudt zijn hoofd. Waarom dat bizarre gedrag van die Daphne van Knobelsdorf? Vanwaar haar belangstelling? Hij kan er met zijn pet niet bij. Omdat ze allebei de vogels doen? Ze loopt meer in de weg dan dat ze van nut is. Daar maakt hij de dienst uit. Het maakt hem zo onrustig, bloednerveus eigenlijk. Er was geen gelegenheid om met meisjes in contact te komen in het tehuis waar hij opgroeide. Hij had er ook nooit behoefte aan gehad. Het liefste bleef hij onzichtbaar. En dat gevoel heeft hij nog steeds. Laat hem maar lekker op de achtergrond zijn werk doen, rustig zijn leven leiden. Hij weet dat hij een goed lijf heeft. Het is hem zo vaak verteld. Té vaak naar zijn zin. Want wat moet je op zoiets nu antwoorden? Een dergelijk lichaam valt niet te verstoppen, al draagt hij het meest van de tijd een vormeloze, bruine stofjas. Maar hij weet ook dat hij verder niet zo veel voorstelt, dat hij zeker niet de slimste is. Dom geboren, weinig bijgeleerd, denkt hij wel eens. Ook al werd dat driftig ontkend toen hij die gedachte in de kantine ooit uitsprak.

Wordt vervolgd

©ConnyHoogendoorn

4 reacties op “Recht gedaan 1/4
  1. Conny schreef:

    Jullie reactie wordt bijzonder op prijs gesteld.

  2. fons schreef:

    Mooi dit eerste deel bouwt spanning op vooruitkijken die bij mij wel het misbruik in de katholieke kerk Doen vermoeden
    Maar het kan ook de kant van een licht verstandelijk beperkte op gaan
    Kijk volgende week zeker
    Groet Fons Simon

  3. Leonardo Pisano schreef:

    Het is altijd een genoegen om de verhalen van Conny te lezen. Ze zijn niet alleen onderhoudend en raken mijn emoties, maar stemmen ook nog eens tot bezinning over karaktereigenschappen van mensen, tot reflectie over hun relaties. Zelf schrijf ik ook en herken hoe moeilijk het is gemoedstoestanden te vangen en emoties van personages over te brengen. Conny is op dit punt een kanjer, waaraan vele schrijvers, ook zij die veelvuldig zijn gepubliceerd, een voorbeeld kunnen nemen. Ik ben dan ook hogelijk benieuwd naar het vervolg.

Deel dit verhaal:
Auteur van de week

Geschreven door:

Thema: Blog
17 mei 2014

5 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars