MENUMENU

(Wat) Stem jij bij het referendum? Hoe veilig wil je het hebben?

Een dag voor het referendum over de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen komt minister Blok van Buitenlandse Zaken naar buiten met een notitie waarin hij schrijft dat hij wil dat veiligheid “de ruggegraat van het Nederlandse buitenlandbeleid” wordt. Hoe belangrijk is veiligheid voor jou? Weet je al of en wat je gaat stemmen bij het referendum over de bevoegdheden van de inlichtingendiensten? Een stemadvies kan ik je niet geven. Het roept bij mij wel gedachten op over hoe veilig we het eigenlijk willen hebben.

Veiligheid boven alles?

“Wie teveel spreekt over veiligheid, bereidt zich waarschijnlijk voor op oorlog.” Deze uitspraak kwam nogal binnen toen ik hem las in het boekje van Beatrice de Graaf over Heilige Strijd. En de woorden van Blok klonken ook buitengewoon hard voor zijn doen op de radio. Daden die onze veiligheid bedreigen moeten vergolden worden. Dat klinkt nogal onverzoenlijk. Maar gaat veiligheid nu eenmaal boven alles?

Als ik daarover nadenk ben ik geneigd om misschien wel ‘ja’ te zeggen. En dat ik daar ook best wel wat privacy voor wil inleveren. Maar wat verwacht ik dan? Verwacht ik dan dat onze veiligheid beheersbaar is?

Veiligheid niet te beheersen

Steeds wanneer over veiligheid gesproken wordt leeft er een idee dat we die veiligheid kunnen bereiken. En de onveiligheid kunnen uitbannen. Kunnen we dat? Ik geloof het niet. En niet omdat we nooit alle risico’s kunnen uitsluiten, maar gewoon omdat we zelf verstrikt zitten de innerlijke tegenstrijdigheid dat we proberen met allerlei moderne middelen te beheersen wat die moderne middelen zelf mogelijk maken. Terroristen en anderen die kwaad willen doen maken van dezelfde technologie gebruik waarmee wij ze proberen te bestrijden.

Veiligheid moet realistisch zijn

Dat we er zelf in verstrikt zitten betekent dat we er zelf middenin zitten. We moeten niet doen alsof we het kwaad buiten de deur kunnen houden. We proberen het te beheersen, ook in ons dagelijks leven, maar die strijd zit in onszelf. We proberen daar meestal goede keuzen in te maken. Anderen maken hele extreem slechte keuzen. Maar we kunnen niet zeggen: dat zijn de kwaden en wij zijn de goeden. Waarom? Omdat wij gewoon mensen zijn. Dit pleit voor mij voor realisme in het veiligheidsbeleid. We kunnen onveiligheid niet uitsluiten.

Veiligheid is een middel, geen doel

Natuurlijk wil ik ook dat alles op alles gezet wordt om te voorkomen dat er hier geen aanslagen komen of onze ziekenhuizen, banken en andere systemen plat komen te liggen. Voor mij is veiligheid daarin een middel, en geen doel. Ik verbaas me erover dat ons buitenlands beleid versmald wordt tot veiligheid. Is onze veiligheid een hoger doel dan onze gelijkheid, vrijheid, emancipatie, ontplooiing, solidariteit en andere waarden? Veiligheid is hooguit een middel om dat mede te bereiken, maar wat mij betreft staan zij boven veiligheid. We zullen altijd kritisch moeten kijken hoe een veiligheidsbeleid onze vrijheid, gelijkheid en andere waarden dient die we zo belangrijk vinden.

Als veiligheid niet beheersbaar is, omdat we zelf deel uitmaken van die onveilige wereld, en als veiligheid dan hooguit een middel is, en geen doel kan zijn, zijn we dan aan de goden overgeleverd? Nee. We zijn niet overgeleverd aan de grillen van mensen. Ik haal vertrouwen uit mijn geloof dat er een einde aan het kwade is gekomen. Dat is moeilijk te geloven als je kwade machten nog steeds bezig ziet. Maar voor mij is dat geloof ook een radicale kritiek op ons vermogen om het kwaad te doorgronden en te controleren. Dat kunnen we namelijk niet. Dat weten we eigenlijk wel, maar we hoeven ons dan ook niet vast te klampen aan een veiligheidsbeleid dat zo strak en risicoloos mogelijk is.

Verzoening

Ik wil mensen kunnen vertrouwen, in plaats van dat ik begin met ze te wantrouwen. Ik kan die ander toch niet beheersen. Ik wil niet een te groot vertrouwen hebben in vergelding. Dat geeft toch geen veiligheid. Willen we echt die oorlog beginnen? Ik wil gaan voor recht en gerechtigheid, en daar horen ook straffen bij, natuurlijk. Maar ik wil bovenal gaan voor verzoening. Ik wil het kwaad benoemen, ook in mezelf, in plaats van buiten de orde plaatsen en doen alsof dat alleen maar iets van kwade machten is die we buiten de deur moeten houden. Ik wil het kwade eerlijk benoemen, en zeggen dat het er niet hoort te zijn. Niet in mij, niet in jou, en niet in hen. Alleen God kan er een einde aan maken, en Hij heeft er een einde aan gemaakt. En dat betekent dat we een andere weg in kunnen slaan en niet moeten doen alsof we tegen demonen vechten in een wereld die bijna ten onder gaat.

Mooi leven waarin veiligheid niet alles bepaalt

Onze veiligheid is er het beste gediend als we ons verzoenen met het kwade. Dat kunnen we doen door eerlijk onder ogen te zien dat het kwade er is, en door erop te vertrouwen dat er een einde aan het kwade is gekomen. Dan staat straffen, vergelden en veiligheid niet bovenaan, maar verzoening, vrijheid, gelijkheid en alle dingen die het leven zo mooi maken onder Gods hemel.

Ik wil niet dat veiligheid al ons doen en laten bepaalt. Laat het een middel zijn om te kunnen leven als vrije mensen, die geloven dat er een einde is gekomen aan het kwade. Niet door ons, maar door God. Elke dag weer.

Ik heb me laten inspireren voor deze blog door het boekje van Beatrice de Graaf, Heilige Strijd, ISBN 978 90 239 5059 2 (boek) en 978 90 239 5072 1 (e-book)

Deel dit verhaal:
Otto Grevink

Geschreven door:

Thema: Blog
20 maart 2018

259 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars