MENUMENU

“Voortaan zijn er gelovigen, die de enige God aanbidden en ongelovigen.”

In de serie over de tien geboden vertelt Jan Greven over het gebod waar hij het meest mee heeft.

Jan Greven was directeur van de IKON en hoofdredacteur van het Dagblad Trouw. Sinds hij met pensioen is, schrijft hij. Binnenkort verschijnt het boek dat hij schreef naar aanleiding van de dood van zijn dochter Aartje, tweeënhalf jaar geleden: Aartje, gedachten bij de dood van een kind.

“Met het eerste gebod van de tien is eigenlijk alles gezegd: geen andere goden voor mijn aanzicht. God zegt : “Ik ben de enige”. Het begin van het monotheïsme. Maar ook van eenheid van godsdienst. Voortaan niet meer iedere stad zijn eigen goden. Met elkaar in strijd zoals de steden zelf permanent met elkaar in oorlog waren. Nee, één God voor iedereen. Althans: voor iedereen die deze God aanbidt.

Voortaan zijn er gelovigen en ongelovigen

Want dat moet er wel even bij. Het eerste gebod deelt niet alleen de godenwereld in echt ( de wereld van de ene, echte god) en onecht (de wereld van alle andere goden). Maar ook de wereld van de mensen. Voortaan zijn er gelovigen, die de enige God aanbidden en ongelovigen. Alle anderen die knielen voor andere goden.

De ruimte van die ene God

Zo wordt er een nieuwe ruimte geschapen. De ruimte van de ene God. Waar alleen die ene God telt. Dat klinkt naar heilige oorlog en andere intolerantie. Maar de tien geboden slaan die weg niet in en dat komt omdat het, na het begin met de ene God, verder alleen nog gaat om de mensen en de manier waarop zij met elkaar omgaan. Geen moord, overspel, roddel, begeerte, diefstal, onachtzaamheid in taal en tegenover ouders. Zorgvuldige omgang met personeel en huisgenoten. Daar gaat het verder over en zo loopt de oproep tot verering van de ene God over in een oproep zorgvuldig te leven. Zorgvuldig om te gaan met je medemensen. En dat simpel, zonder dat er een ideaal geschetst wordt.

Onthouden van wat het goede leven bedreigt

Geen ideaal van de super-gelovige die als niemand anders gelooft in zijn god. Geen ideaal van de ethisch zuiver levende mens die ons een voorbeeld voorhoudt waar wij nooit en bij lange na niet aan kunnen voldoen. De gelovigen van de tien geboden zijn geen mensen die zeggen wat ze doen en zich daarop laten voorstaan maar mensen die zeggen wat ze niet doen. Die zich onthouden van wat het goede leven bedreigt. Die zich houden aan de grenzen die zijn uitgezet door de piketpaaltjes van de geboden. Hun geloof is een kwestie van praktisch handelen. Het draait om aandacht, zorg, genegenheid, liefde.

Daarom is dat eerste gebod me zo lief.

Het eerste gebod trekt de lijn: deze God en geen andere. Maar net als je de intolerantie en gelijkhebberij al ziet opdoemen, komen de andere geboden en strooien hun aanwijzingen als bloemen over de aarde. Om van deze aarde een schepping te maken zoals God die bedoelde. Waar een tuin tot bloei komt, waar mensen elkaar lief hebben en naar elkaar omzien. Als het gaat over God, gaat het ook om de mensen. In hun liefde voor elkaar wordt God vereerd. Daarom is dat eerste gebod me zo lief.”

Jan Greven.

Foto: Steven Snodgrass

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
MijnKerk.nl

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars