MENUMENU

Uitgaan: “Je moet weggaan als het gezellig is”

Aan uitgaan als tiener of student bewaar ik heel goede herinneringen: met de fiets naar de stad en daar van kroeg naar kroeg. Of zaterdagsavonds met een paar auto’s naar een grote discotheek in de buurt. Bijpraten, bekenden tegenkomen, wat drinken en na afloop naar de shoarmatent: prima toch? Met het je helemaal laveloos zuipen, zodat je een dag later niks meer waard bent, had ik niks. Met grote verhalen over hoeveel je wel niet gedronken had in het weekend nog veel minder. Als daar je zelfrespect vandaan komt dan is er onderweg iets misgegaan, was en is mijn opvatting.

Wat bij mijn uitgaanspatroon ook meespeelde was dat mijn moeder nooit kon slapen als ik nog niet huis was. Dus kwam je op zondagochtend half drie stilletjes de gang in om naar je slaapkamer te gaan dan hoorde je een bezorgde stem: “Is alles goed gegaan?” Voor sommigen maakt dat niet uit, maar ik kon er slecht tegen. Het leerde me om bij het uitgaan rekening te houden met anderen. Met diegene met wie je op stap gaat (had iemand het niet naar zijn zin, dan met z’n allen naar huis) én met het thuisfront (ik heb het nooit later gemaakt dan een uur of drie).

Geen herrie aan mijn hoofd

Uitgaan en kerkgang zaten elkaar bij mij nooit in de weg. Thuis legde ik uit dat ik zondagochtend in een kerkbank weinig waard was met mijn bierkegel en een shoarmawalm. Dat was voor mijn ouders ook geen pretje. Dus ging ik vaak op zondagavond naar de kerk. Niet omdat het moest, maar omdat ik daar zo vlak voor een nieuwe week behoefte aan had: een eigen ritueel, even geen herrie aan m’n hoofd.

Gouden regel

Pas jaren later leerde ik van mijn zus een gouden regel wat betreft uitgaan: “Je moet weggaan als het gezellig is”. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het blijkt waar te zijn. Niks zo treurig als een feest op een stapavond die op het einde loopt. Als de lampen aangaan in het café en je al die verweerde koppen ziet. Wie weggaat als het gezellig is, heeft het goed gehad en kijkt uit naar een volgende keer. Dat is een les die ik mijn kinderen, nu nog te klein, zeker ga leren.

Wat was jouw uitgaanspatroon? En welke lessen leer je je kinderen over uitgaan?
Deel dit verhaal:
Kaarsjes:
  •  

    T

    Dat T. weer volwaardigmlid mag zijn v. D.B. Hulp en Licht, Leiding voor T. Bescherming van een groot schild van Licht om T heen. Dat T niet te gronde gaat aan de eigen fouten.
  •  

    Harold

    Ik bid God dat Harold rust en vrede in zijn hoofd mag krijgen
  •  

    Bobbie Athena

    Ik hoop dat jouw leven heel mooi en heel lang en heel gelukkig en heel goed mag zijn
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars