“Ik was te zwak om zelfmoord te plegen”

Marit wordt jarenlang gepest en seksueel misbruikt. Op haar kamer heeft ze pillen liggen voor het moment dat ze echt niet meer verder kan. Een autobiografisch verslag van die dag.

“Die dag ging alles mis, alles was zwart en ik stortte letterlijk in elkaar. Ik heb uren gejankt, totdat ik zo stram was dat ik maar amper meer kon lopen. Ik at niet en verwaarloosde mezelf compleet. Ik vond dat dat was wat ik verdiende. Ik verdiende het niet om gezien te worden en goed behandeld te worden. Ik was zo boos op mezelf.

Ik had al een tijdje die pillen liggen. Pillen die mij zouden helpen als ik het echt niet meer kon. Na veel tranen heb ik ze allemaal naar binnen gepropt, met zoveel water dat ik me alleen daardoor al ontzettend slecht voelde. Na een tijdje werd ik steeds slaperiger; ik voelde me klote. Ik voelde hoe ik wegzakte in een soort van warmte: geen angst, geen pijn, geen verdriet. Het was fijn… totdat ik wakker werd in dat gruwelijke witte bed. Ik was zo kwaad! Kwaad op wat ze me hadden aangedaan, kwaad op mezelf, omdat ik weer ergens te zwak voor was.

De opname

Ik kreeg te horen dat ik opgenomen werd, opgenomen omdat ik gevaarlijk was voor mezelf. Het was alsof de grond onder mijn voeten wegzakte. Ik werd woest, waarom moesten ze me zelfs dit afpakken. Kon er nou nooit iets lukken.

Ik kwam onder toezicht te staan. Ik mocht niets. Aan het begin mocht ik amper alleen naar de wc. Ze vonden dat ik moest gaan praten, nou mooi niet. Ik praten? Waarom zou ik, er was toch nog nooit iemand geweest die echt, oprecht naar me luisterde? Zwijgen, dat was wat ik deed!

Ik zocht mijn toevlucht in mijn telefoon, chatten met de mensen die ik nog een beetje vertrouwde. Ik liet weten dat ik me in de steek gelaten voelde, dat ik me ontzettend eenzaam voelde. Er waren mensen die aan mij dachten en voor mij gingen bidden. Maar ook dat gaf geen rust, ik werd alleen nog maar veel bozer. In de tijd dat ik opgesloten zat had ik een mes geregeld, voor het geval dat… In een nacht dat ik helemaal kapot ging, heb ik het gepakt. Ik stond ermee op mijn pols en toen voelde ik een vreemde warmte. Het voelde alsof ik op de rem ging; alsof ik compleet blokkeerde. Ik kon het niet… er was iets in mij wat wilde leven. Daarna heb ik alleen maar gehuild.

Praten is eng

En nu? Ik ben nog steeds opgenomen, maar ik kijk weer om me heen. Ik zoek dingen die mij helpen te leven. Het is de bedoeling dat ik ga praten en ga delen en dat is mega-eng. Nu heb ik gekozen voor de weg door de blubber en de modder: de onverharde weg. Ik heb besloten om te stoppen met weg te rennen voor mijn verleden. Ik kan de pijn van al die jaren seksueel misbruik niet meer verbergen. Ik kan de pijn van altijd gepest worden niet meer aan. Ik kan het niet meer verbergen. Ik zie nu hoe wonderlijk het is dat ik dit als klein meisje allemaal heb kunnen verbergen. Dat ik me ‘staande’ kon houden in het leven.

Niet alleen

Ik ben dankbaar dat ik heb mogen ervaren dat de vader in de hemel er voor mij is. Dat hij er voor mij is geweest op het moeilijkste moment. Ook al heb ik nog een hele lange weg te gaan, ik weet dat er mensen zijn die aan mij zullen denken als ik het moeilijk heb. Mensen die bidden voor mij als ik niet voor mezelf kan bidden.”

Fotograaf: European ParliamentBy: European Parliament   

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars