5 tips voor geloofsgesprek met je kind

Mama, wanneer is het einde van eeuwig?’ ‘God weet toch alles? Waarom bidden we dan eigenlijk?’ Kinderen stellen ze graag: moeilijke vragen. Leuk maar soms ook lastig.

Verwacht mijn zoon van zeven een perfect antwoord of iets anders? Hoe komt het dat het antwoord mijn dochter van zes soms niets lijkt te interesseren? En wat kan ik doen om antwoord te geven dat recht doet aan de vraag en past bij mijn kind? Kinderen willen grip op de wereld krijgen en zijn nieuwsgierig. Het vragen hoort dus bij hun normale ontwikkeling. Maar hoe geef je antwoord?

1. Wat is de achtergrond van de vraag?

Probeer eerst de achtergrond van de vraag te weten te komen. Soms willen kinderen gewoon even praten over wat hen bezig houdt. Of ze willen op een slimme manier tijd rekken voordat ze gaan slapen.

2. Wat denk je zelf?

Vraag wat een kind zelf denkt en sluit daarbij aan. De reden van de vraag kan anders zijn dan wat jij dacht. Door open vragen te stellen, waar geen goed of fout antwoord op is, zorg je voor open ruimte om samen verder te komen in je gesprek over God.

3. Maak het niet ingewikkeld

Vanaf een jaar of twee gaan kinderen vragen stellen: de beruchte ‘waarom-fase’. Ze willen de wereld begrijpen. Tegelijkertijd snappen ze abstracte begrippen nog niet en proberen die te plaatsen in de wereld die ze wel kennen. Leg begrippen zo duidelijk en begrijpelijk mogelijk uit, maak het niet nodeloos ingewikkeld. Schep een sfeer van openheid en veiligheid, geen vraag is fout of gek.

4. Vertel Bijbelverhalen en maak je niet druk of het historisch klopt

Kinderen tussen de 4 en 6 zijn dol op verhalen. Ze denken nog magisch, kunnen nog niet goed oorzaak en gevolg onderscheiden (ze denken bijvoorbeeld dat het regent omdat ze een paraplu hebben). Ze zijn in vragen niet op zoek naar ‘waar’ of ‘niet waar’, maar willen wel meer weten over de wereld. De bijbelverhalen vinden zij vaak prachtig. Op deze leeftijd komen ze er meestal achter dat niet iedereen in God gelooft. Dit kan vragen opleveren als ‘Gaat iedereen naar de hemel?’ Voor kleuters is de vraag of iets wel of niet echt gebeurd is vaak niet belangrijk. Je kunt de bijbelverhalen daarom gewoon vertellen, zonder je druk te maken of het historisch klopt. Kleuters kunnen bang zijn voor dingen die ze niet begrijpen, bijvoorbeeld de dood. Bidden kan troost bieden. Stel wedervragen om te ontdekken wat je kind bedoelt. Een kleuter denkt nog niet logisch na. Als ze bijvoorbeeld wil weten waarom er dieren in de ark zaten, hoef je waarschijnlijk geen wetenschappelijke uitleg te geven (of te zeggen dat de ark niet bestaan heeft). Misschien wil je dochter wel praten over waarom God dieren belangrijk vindt.

5. Zeg niet te snel ‘Ik weet het niet’

Vanaf een jaar of zeven gaan kinderen nadenken of iets wel echt kan. Ze zijn hongerig naar kennis. Hoe denk je zelf over de Bijbel? Geloof je zelf dat de verhalen van Jezus historische gebeurtenissen zijn? Als je dat weet, is het gemakkelijker om antwoord te geven. Zeg niet te snel ‘Ik weet het niet’. Ga samen met je kind op zoek naar antwoorden die bij jullie passen. Kijk bijvoorbeeld op wikipedia, lees de Bijbel, zoek een boek over dit thema uit, vraag het aan een dominee. (of zeg: ik kom er later op terug, liefst zo concreet mogelijk. Stel open vragen waar geen goed of fout antwoord op te geven is. Bijvoorbeeld: Hoe denk je dat een engel eruit ziet? Wat zullen we in de hemel doen. Bedenk samen aan wie je deze vraag ook zou kunnen stellen. Trek het breder, schakel je netwerk in.

 

Bron: JOP, Protestantse Kerk Nederland 

Deel dit verhaal:
Gastblogger

Geschreven door:

Thema: Mijn kind
15 november 2019
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief