Jezus!

Af en toe roep je het in je ongenoegen. Die naam die mij zo dierbaar is. Niet met de bedoeling wie dan ook te kwetsen, maar omdat je het hebt overgenomen.

Op verschillende manieren probeer ik je er op te attenderen. Soms door te negeren. Soms door er wat van te zeggen, neutraal, boos of verdrietig. Soms door er een soort grapje van te maken: om me heen kijkend vragen: “Waar?”

En nu: “ik snap het wel dat je hem steeds noemt, want je lijkt op hem”.

Je kijkt me aan met een verdwaasde blik: ja hoor, mijn moeder weer.

 

Zoals we allemaal op hem lijken.

 

Terwijl ik naar jou kijk, vraag ik me af hoe zij naar hun ‘eniggeboren zoon’ keken.

Zagen ze dat hij zo anders was? Keek hij ook verwonderd met grote ogen de wereld in?

Merkten ze aan hem als kleuter al dat hij anders speelde dan zijn leeftijdgenootjes?

Toen hij 12 was, was het al overduidelijk. Een beginnende puber die ineens verdwenen lijkt, maar op een plek is waar hij het liefst wil zijn.

En hoe verging het hen in de jaren er na toen ze merkten dat ze hem steeds meer los moesten laten?

 

Noem zijn naam maar. Schreeuw het desnoods uit.

Hij was er, net als jij. Hij is er, net als jij en Hij zal er zijn, net als jij!

Jezus!

Deel dit verhaal:
Marleen Samplonius-Ottens

Geschreven door:

Thema: Mijn kind
21 december 2019
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief