Laat je de les lezen door je eigen kind

Wat kunnen kinderen verrassend raak uit de hoek komen. Juist doordat zij de wereld anders waarnemen dan volwassenen, zien en benoemen zij dingen die wij over het hoofd zien.

Wanneer we bereid zijn hier oog en oor voor te hebben, leren wij af en toe van onze kinderen in plaats van andersom. Dit geldt op allerlei terreinen, maar zeker ook op het terrein van het geloof in God. In deze blog geef ik je een kijkje in onze gezinskeuken. Ik geef twee voorbeelden van verrassende uitspraken van onze kinderen, maar laat tegelijkertijd zien dat zij onze begeleiding nodig hadden om tot deze uitspraken te komen.

Een kijkje in de gezinskeuken

Eigenlijk zijn wij een behoorlijk doorsnee gezin: vader, moeder, twee zoons van momenteel acht en tien en –iets minder doorsnee– plaats voor een pleegpuber. Als ouders willen wij onze kinderen (uiteraard) het beste meegeven en hen voorbereiden op hun plaats in de maatschappij. En hier hoort voor ons het geloof in God, zoals Hij zich in de Bijbel laat kennen, bij. Maar hoe doe je dat in een tijd waarin geloven niet vanzelfsprekend is? Welke kennis en vaardigheden hebben onze kinderen voor hun religieuze ontwikkeling nodig om nu en straks –het liefst als gelovig mens– in de samenleving te staan? Belangrijke antwoorden op deze vragen vonden wij binnen het gedachtegoed van de kindertheologie.

Kindertheologie

Binnen de kindertheologie gaat men ervan uit dat kinderen van nature veel vragen, maar ook veel ideeën hebben. Zij kunnen zelf betekenis geven aan de wereld om hen heen en aan de (bijbel)verhalen die ze horen. Dat doen ze op hun eigen –kinderlijke– manier, die binnen de kindertheologie volop geaccepteerd wordt. In dit proces hebben kinderen wel onze hulp nodig. Hoe? Door goed naar ze te kijken en te luisteren, om zo te ontdekken welke vragen en ideeën ze hebben. Door ze de ruimte te geven met deze vragen te stoeien en door er met hen over in gesprek te gaan. En tenslotte door ze verhalen en informatie aan te reiken die hen helpen nieuwe of verdiepte antwoorden te geven. Twee voorbeelden uit ons eigen gezin laten zien wat dit betekent.

Voorbeeld 1 – Waarom geloven niet alle mensen in God?

Het was in 2010 bovenaan de trap. Ons zoontje was nog maar vijf jaar oud. “Waarom geloven niet alle mensen in God?”, vroeg hij opeens. Verbaasd keek ik hem aan. “Hoe kom je aan die vraag?” Toen vertelde hij over een tv-programma waarin hij gezien had dat schilder Christa Rosier een schilderij maakte voor actrice Liselotte van Dijk. Christa schilderde onder andere een deur met op die deur een haakje voor een sleutel. De sleutel gaf ze aan Liselotte met de opmerking: “Deze sleutel geef ik aan jou. Wanneer jij God een kans wil geven, hang je de sleutel op het haakje.” Dit fragment riep bij mijn zoontje allerlei vragen op. Blijkbaar werd hij zich voor het eerst bewust van het feit dat het binnen ons gezin heel normaal is om in God te geloven, maar dat dit niet voor iedereen geldt. We praatten door over de sleutel en via de letterlijke betekenis van de sleutel in de voordeur ontdekte hij dat ook figuurlijk de deur op slot kan zitten. Uiteindelijk concludeerde hij: “Mam, weet je waarom Liselotte nog niet in God gelooft?” “Nou?” “Omdat ze nog niet weet hoeveel God in haar gelooft.” Mijn zoon en ik hadden beiden, op een heel ongepland moment, nieuwe dingen geleerd. Wat een wijsheid voor onze vijfjarige kleuter!

Voorbeeld 2 – Wie ben ik?

Afgelopen Pasen keken we met elkaar een paas-DVD. ‘Het VlinderCircus’ gaat over een circuseigenaar die verschoppelingen uit de maatschappij opneemt in zijn circus. Van te voren bekeken onze kinderen de hoes. “Wat heeft dit nu met Pasen te maken?”, vroegen zij zich af. “Gaan we daar straks over praten?”, stelde de jongste voor, en zo deden we. Hun eigen vraag bleek best lastig, zeker voor onze eigen kinderen. Maar gelukkig kregen ze hulp van hun oudere pleegzus, zelf met een islamitische achtergrond: “Pasen is toch iets met een nieuwe start? En dat zag ik in de film. Die circuseigenaar wilde die man een nieuwe start geven.” Dit antwoord opende weer perspectieven voor de jongens. En stapje voor stapje – “Nu moeten jullie even je mond houden, want ik heb bijna de link gevonden”, aldus onze zoon van 10 – ontdekten de kinderen dat Pasen ook alles te maken heeft met hun leven nu. Alle drie ontdekten ze daarbij andere dingen, omdat ze alle drie anders zijn, in een andere leeftijdsfase zitten en andere dingen meegemaakt hebben. “Ik vond het het mooiste dat God zegt: je bent uniek en ik laat je niet in de steek. Je mag bij me komen.”, aldus onze zoon van acht. Onze zoon van 10 ging hierop verder: “Doordat we met Pasen merken dat God van ons houdt, kunnen we worden zoals God ons bedoeld heeft. We kunnen dan veel meer dan we misschien eerst dachten.” Onze pleegdochter van 16 paste dit op zichzelf toe: “Ik dacht eerst ook dat ik niets kon, terwijl ik wel heel veel dingen kan.”

Zo ontdekten de kinderen aan de hand van een DVD waarin de naam van God niet eens genoemd werd allerlei dingen over God én over zichzelf. En ook nu leerden wij met hen mee.

Je kind begeleiden

Kinderen hebben dus mogelijkheden om te theologiseren, maar hebben daarbij wel opvoeders nodig, die naar hen luisteren, hen vragen stellen als ze vastlopen in hun denkproces, hun antwoorden samenvatten en hen helpen écht naar elkaar te luisteren, zodat ze vervolgens met antwoorden van anderen verder kunnen. Maar ook opvoeders die hen in aanraking brengen met bronnen die levensvragen oproepen. Dan ontstaat de mogelijkheid samen met je kind(eren) heilige grond te betreden en kun je met en van elkaar leren over God, jezelf en de relatie tussen die twee.

Bron: Jong Protestant.
Door: Corina Nagel-Herweijer, specialist School & Kerk bij JOP

Deel dit verhaal:
Gastblogger

Geschreven door:

Thema: Mijn kind
19 november 2019
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief