Praten met je puber is een kunst

Praten met je puber is een vak apart. De ene keer lijkt hij* verveeld, de andere keer is hijj ontzettend enthousiast. Dan weer gedraagt hij zich nonchalant volwassen. Praten met je puber is een kunst.

Nog maar een paar jaar geleden moest je alles voor hem doen: aankleden, brood smeren, tas inpakken. En nu wil je puber niet eens meer dat je hem eraan herinnert. Gek? Nee. Hij is puber en op zoek naar zelfstandigheid en vertrouwen.

Veilig

Niks vervelender dan wanneer je puber over een moeilijk onderwerp begint, net op een moment dat jij druk bent met andere dingen. Maar voor een puber is dat blijkbaar het beste moment. Het is een moment dat ze zelf kiest en waarop juist die moeilijke dingen minder gewicht lijken te krijgen. De kans op ruzie is zo kleiner en het voelt intiem en veilig. Veel intiemer en veiliger dan de momenten die we als volwassene het liefst uitkiezen: ’s avonds op de bank, met de tv uit, zodat we ons volledig op ons kind kunnen richten. Want pubers houden er niet van dat de schijnwerpers op hen gericht staan. Als je later vraagt welke momenten iemand zich uit zijn pubertijd herinnert als de meest waardevolle opvoedmomenten, dan zijn het vaak juist die gesprekjes die zo tussen de dagelijkse dingen door plaatsvonden.

Gelijkwaardig

Zijn vader is heel straight. Vroeger moest hij om twaalf uur thuis zijn, dus dat is voor jullie zoon ook een mooie tijd. Jullie willen niet dat hij de hele nacht over straat gaat zwerven. Maar je zoon haalt zijn schouders op en loopt zo het huis uit. Op deze manier lukt het niet om een afspraak met je zoon te maken, dat is wel duidelijk. Wat moet je doen? Morgen hem erop aanspreken, of het er op een ander moment nog eens over hebben? Je zoon wil graag volwassen behandeld worden en in zijn ogen horen regels daar niet bij. Hij bedoelt natuurlijk ‘kinderachtige regels’. Volwassen regels zijn prima: niet met alcohol op de scooter en niet stelen. Maar zo’n harde tijdsgrens ervaart hij niet als een volwassen regel. Toch kun je best een dergelijke afspraak maken met je kind. Dat lukt meestal het beste door een eerlijk gesprekje te hebben, waarin je je puber als gelijkwaardige behandelt. Wat vindt je zoon een goede tijd en waarom? En waarom vinden jullie twaalf uur een goed idee? Wanneer worden de grenzen verlegd en is half één ook goed? En over welke straf kunnen jullie het eens worden? Zo’n gesprek vraagt gevoeligheid en flexibiliteit. Maar vergeet niet wat jij het belangrijkste vindt: je wilt niet dat jullie zoon de hele nacht over straat zwerft. En o ja: dat je man zelf vroeger om twaalf uur thuis moest zijn, is natuurlijk geen goede reden.

Ruzie is loslaten

Het snijdt als een mes door je ziel. Het liefst zou je huilend weglopen of haar een flink pak rammel geven. Maar wat kun je doen? Als je wegloopt, krijg je vast te horen dat je een aansteller bent die niet tegen een stootje kan. En het andere… tsja… dat doe je gewoon niet en zeker niet bij je eigen kind. Natuurlijk ben je niet de enige. Je vriendinnen vertellen hetzelfde verhaal. Waarom lijken jullie altijd de volle laag te krijgen en de leraren op school bijna nooit? Houden ze meer van hen soms? Het tegendeel is waar. Pubers schelden het hardst op degenen aan wie ze het meest gehecht zijn. De pubertijd is een kwestie van loslaten. En soms lukt dat alleen door iemand heel hard van je af te duwen. Zelf is je kind daar evenmin blij mee. En vaak heeft ze ongelofelijk veel spijt, ook al zal ze dat niet zomaar tegen je zeggen. Puber zijn en volwassen worden is niet gemakkelijk en leuk. Net zoals het lang niet altijd leuk en gemakkelijk is om ouder van een puber te zijn.

De ruzie vóór zijn

Natuurlijk heb je het door. Elke zondagochtend houdt hij zijn ogen stijf op elkaar om de kerkgang te ontlopen. Het is onmogelijk dat hij nog echt slaapt: zijn jongere zusje maakt volop herrie. En ook jijzelf bent niet stil en komt hem keer op keer roepen. En toch komt hij ermee weg. De mazzel van het moment, zou je kunnen zeggen. Want de ochtend is niet het beste moment om ruzie te maken. En ruzie over geloofszaken voelt voor elke gelovige tegennatuurlijk. Maar wat nou als je eigenlijk graag wilt dat hij toch regelmatig in de kerk komt? Probeer een gesprekje te hebben over de kerkgang, of een ander onderwerp waarover je graag een afspraak met je kind wil maken, vóórdat het tot een ruzie is gekomen. Dan hebben jullie nog de kans om er gewoon rustig over te praten. Jij kunt uitleggen waarom je de kerkgang belangrijk vindt en hij mag vertellen waarom hij wel of niet mee wil. Het kan goed zijn, dat jullie het niet eens worden. Dat is niet erg. De winst is, dat jullie ‘on speaking terms’ zijn en dat je kind zich volwassen behandeld voelt. Ook al houd je vast aan jouw regel: eens per twee weken gaat hij mee naar de kerk, bijvoorbeeld.

Geen held meer

In een onbewaakt ogenblik vang je een fragmentje op van een telefoongesprek met een van haar vriendinnen. En ze slaat de spijker op zijn kop. Als zij thuis is, is haar vader er niet. En als hij thuis is, is zij er niet. Maar aan wie ligt het nou? Uiteindelijk is zij misschien wel meer thuis dan haar vader. Het is iets dat typisch bij pubers past: ze doorzien feilloos de zwaktes van hun ouders. En daar moet je als ouder maar net tegen kunnen. Ook wel opvallend trouwens: tegen haar vriendinnen spreekt ze niet meer over papa, of mijn vader, maar ze noemt hem gewoon bij zijn voornaam. Niet dat ze dat doet om te beledigen of zo. Het lijkt er eerder op dat ze hem als een gewoon mens ziet, in plaats van als de held uit haar kindertijd.

Voor de leesbaarheid is deze blog in de hij-vorm geschreven.
Bron: JOP (Jong Protestant)

Deel dit verhaal:
Gastblogger

Geschreven door:

Thema: Mijn kind
22 november 2019
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief