IJsbreker

Sverre en ik fietsten over het dorp. De kippenpoten en tomatensoep van oma Toos vers achter de kiezen. Sverre zat achterop en we praatten met elkaar zonder dat we elkaar zagen. Wanneer er een auto voorbij reed, riep ik: “Wacht effe, ik hoor je niet”. Maar Sverre ratelde gewoon verder. Dan hoorde ik zijn stem, maar verstond ik niet wat hij vertelde. Het ging in ieder geval over plastic.

Hij zei: “Als er nog meer plastic komt gaat de wereld kapot.” En hij zei ook dat er in eten heel veel plastic zit. “Eromheen”, schreeuwde ik naar achteren. Hij: “Nee, erIN. En je kunt koken wat je wilt, maar dat krijg je er niet uit.” Ik: “Word je daar bang van, Sverre!?” Hij: “Soms wel”. Ik: “We moeten proberen goed voor onze wereld te zorgen, Sverre”. 

Machteloos en verantwoordelijk

We fietsten zwijgend verder. Met mijn handen naar achteren zocht ik contact. En Sverre stak zijn hoofd onder mijn shirt en sloeg zijn armen strak om mijn buik. En natuurlijk dacht ik aan wat hij zei. Vooral aan dat hij zei dat hij soms bang was. Net zoals ik dat ook zo vaak ben wanneer ik lees over alles wat we met onze wereld uitspoken. En dan voel ik mij machteloos, maar ook heel verantwoordelijk, wat een lastige combinatie is.

Vertrouwen

Maar dat hoofd op mijn rug, die armen om mijn buik, dat voelde als vertrouwen. Dat ik zei: we moeten goed voor onze wereld zorgen, was op dat moment voldoende. Voor hem in ieder geval. Niet voor mij. Maar toch nam ik mij voor er alles aan te doen om dat vertrouwen niet te beschamen.

IJsbreker

Later op de avond las ik dat de Russen een door atoomenergie aangedreven ijsbreker hadden gedoopt. Een reusachtig monster dat met gemak door ijslagen van meer dan drie meter dik kon breken. Zodat uiteindelijk ook de Noordpool door mensenhanden kan worden verwoest. En ik wist niet wat ik er bij voelde. Woede, onmacht, verantwoordelijkheid, alles door elkaar waarschijnlijk. Maar het was alsof die boot dat vertrouwen van Sverre bruut aan stukken voer. Het zou te makkelijk zijn om nu enkel naar de Russen te wijzen. Want het was ook vanwege onze onbedwingbare consumptiedrift, ons eeuwige verlangen naar meer, meer, meer. Dat zulke boten te water worden gelaten.

Deze blog is geschreven door Joost Jan, vader van vier kinderen. Hij schrijft over wielrennen, zijn jeugd, over zijn gezin en over ons eeuwig verlangen naar meer. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deel dit verhaal:
LEV

Geschreven door:

Thema: Klimaat
23 november 2019
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief