MENUMENU

Hoe ga je om met de grenzen die kerken stellen?

Veel mensen zijn teleurgesteld geraakt in kerken. Ze liepen tegen grenzen aan van wat mag in de kerk. Voorgangers (dominees, pastoors, bestuursleden) zijn vaak mikpunt van kritiek hierin. Sommigen voelen dat de kerk door hen wordt afgepakt. Maar van wie is de kerk? En hoe kun je met grenzen om gaan die kerken stellen en je geloof behouden?

Aanleiding voor deze beschouwing is de ophef over de pastoor in het Brabantse Reusel, Karel van Roosmalen, die ondanks klachten mocht blijven van het bisdom.

Tekst gaat hieronder verder

Maandag kwam het bericht dat hij zelf opstapt. Omdat ook hij teleurgesteld is in de kerk. Hij kan zich niet verenigen met het beleid van bisschop Gerard de Korte, schrijft hij in een brief. Ik vond het opvallend dat een pastoor, waarin mensen teleurgesteld raakten, nu ook zelf teleurgesteld is geraakt in de kerk. En ik vraag mezelf af: hoe ga je om met teleurstellingen in de kerk als beleid of mensen je niet bevallen? Hoe kun je omgaan met grenzen die kerken stellen? Hoe zorg je ervoor dat die grenzen niet ook je geloof kapotmaken?

Verdriet en boosheid over de kerk die uitsluit

Ik herken het verdriet wel. Vanuit mijn Brabantse opvoeding ben ik zo vertrouwd met de Rooms-Katholieke kerk dat ik me ook verbonden voel met de gemeenschap als ze de eucharistie viert, bij ‘ons’ het avondmaal. Ik wil dus ook graag meevieren. Strikt genomen mag ik dat niet. In de praktijk is daar meestal ruimte voor. Maar als ik in een parochie kom waarin dat niet zo is, hoor ik dat de kerk wordt geschilderd als een gesloten bastion waar je niet zomaar binnenkomt. De kerk is er niet voor iedereen, althans niet zomaar. En de eucharistie dus helemaal niet. Ondanks dat ik daar heel verdrietig van word, en boos, dwing ik dan niet de hostie af, maar blijf ik zitten. In een Nederlands Gereformeerde Kerk ondervond ik ooit hetzelfde. Ik had me moeten ‘opgeven’ voor het Avondmaal en kon dus niet zomaar deelnemen. De rest van de dienst zat ik met een knoop in mijn maag. Waarom kon ik me toch inhouden?

Begrip voor die kerk

Mij hielp het om te begrijpen hoe een dergelijke voorganger de kerk ziet. De kerk is gesloten, exclusief voor leden. Ik voel me meer thuis in een inclusieve kerk, open voor belangstellenden. Maar met dat verlangen moet ik dus niet bij die voorganger ter kerke gaan. Dan zal ik teleurgesteld worden. Moeilijker zou ik het natuurlijk hebben als hij ‘mijn’ voorganger was. Hoe kun je dan omgaan met de duidelijke grenzen die hij stelt?

Begrip bevrijdt

Ook dan helpt begrip. Begrip (dat betekent niet dat ik het er mee eens ben) helpt me om niet te focussen op de grenzen, de muren waar ik steeds tegenop loop. Begrip helpt me als handleiding hoe ik in de gegeven situatie met kerkelijke grenzen kon omgaan.

Begriptips

Tip 1: herinner je van wie de kerk eigenlijk is

Er zijn meer situaties waarin kerken je teleurstellen in wat er kan, en wat er mag. Hoe kun je toch blijven geloven, en blijven geloven in de kerk? Het roept de vraag op: van wie is de kerk eigenlijk? ‘Het is onze parochie’ roepen de teleurgestelde parochianen. ‘Ik ben de baas’ zegt de pastoor, die, misschien niet helemaal onterecht, zich afvraagt of al deze mensen eigenlijk wel kerkgangers zijn of waren. Voor mijn geloof vind ik het belangrijk altijd hoog te houden dat de kerk van God is. Dat relativeert voor mij een slechte periode met een minder aansprekende of zelfs stuitende voorganger, kerkenraad, parochiebestuur, bisschop of paus. Mijn geloof staat of valt niet met hoe zij de kerk vormgeven. Dé kerk is van God.

Tip 2: vraag je af waar de ruimte zit

Maar die kerk ‘van God’ kan ik nergens bezoeken. Ik blijf altijd ‘veroordeeld’ tot de kerkgemeenschappen die mensen ervan maken. Wat wel en niet kan of mag, kan behoorlijk knellen. Maar laat je daardoor je geloof afpakken? Veel mensen hoor ik zeggen: ‘Dan geloof ik wel op mijn eigen manier.’ Maar kan het ook binnen de kerk? In een gesprek met de nieuwe Bossche bisschop Gerard de Korte vond ik die ruimte. Toen we het hadden over nieuwe protestantse initiatieven voelde ik in zijn reactie de interesse, maar tegelijkertijd ook een stukje bevrijdende afstand. Ik voelde daarin: ‘Ga je gang, maar laat me er vooral niet meteen iets van moeten vinden.’ Als je te snel op de grenzen gaat zitten, creëer je tegenstellingen, die helemaal niet hoeven. In een oecumenisch gesprek tussen hem en de vorige scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier, raadde hij onlangs ook zijn eigen parochianen aan: ga vooral samenwerken in wat mogelijk is, en focus je niet meteen op grenzen. Ga het niet meteen hebben over samen eucharistie vieren; er is zoveel meer mogelijk voordat je bij onopgeloste zaken uitkomt.

Tip 3: focus je niet op de grenzen, dan mis je de ruimte

Nu ben ik als pionier graag iemand die de grenzen opzoekt, maar dan buiten de kerk. Binnen de kerk, zoals mensen die vormgeven, moet je soms vrede krijgen met hoe dingen gaan. Dat betekent niet dat je je automatisch neerlegt bij wat niet kan, maar de ruimte zoekt van wat wel kan. Daar kan ook een vernieuwende werking van uit gaan, die de grenzen uiteindelijk zal verplaatsen. Focus je niet teveel op de grenzen, dan mis je de ruimte die je daarbinnen hebt. We zijn teveel geneigd om ons vast te bijten in wat er niet gaat, anders moet, ouderwets is, niet kan en niet mag. Ontdek binnen de grenzen de ruimte die er is om wel lekker je gang te gaan, geloof te delen, nieuwe dingen te doen, het goed te hebben met elkaar. Focus je op van wie de kerk is, van God. Dat voedt je geloof. Dan kunnen we verder met de kerk, die niet is wat hij moet zijn, maar kan worden wat hij kan zijn, als we de ruimte zoeken om te geloven.

Foto header: Dion Hinchcliffe (flickr.com)

 

Deel dit verhaal:
Otto Grevink

Geschreven door:

Thema: Lijf
17 oktober 2017

149 x gelezen
Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars