Dit is zo’n heerlijk kerstverhaal…

een kerstverhaal van dominee Otto

Wat zoek je met Kerst? En wie zoek je op?

‘Waar kan ik de kerststal vinden?’ vroeg het meisje aan de verkoper. Die keek wat geïrriteerd over de toonbank. En al inpakkend zei hij: ‘Geen idee. Dat moet je buiten maar vragen.’ Verbaasd om zijn botte antwoord liep het meisje naar buiten en keek om zich heen. Overal waren lichtjes. Ze deed haar sjaal wat strakker en sloeg haar armen om zich heen. Het was wat onaangenaam weer. Maar toch vond ze het gezellig. Tenminste, totdat de verkoper zo onaardig tegen haar deed. Ze wilde iets van Kerst meemaken. En ze dacht dat ze dat hier wel zou vinden. Waar alle mensen waren. In de verlichte winkelstraat. Maar als ze goed om zich heen keek zagen de mensen er ook eigenlijk helemaal niet blij en gezellig uit. Ouders trokken hun kinderen mee of duwden de kinderwagen door de drukte. Anderen liepen zuchtend te sjouwen met tassen. Ze werd er bijna verdrietig van.

Opeens zag ze een oudere man en vrouw uit een klein straatje komen. Ze lachten! De oude man had een glimlach van oor tot oor. En de ogen van de vrouw straalden. Zij moesten weten waar de kerststal was. ‘Meneer en mevrouw, weet u misschien waar de kerststal is?’ ‘Jazeker, lieve meid’, zei de vrouw, ‘we komen er net vandaan. Kom, we wijzen je de weg.’ Ze gingen samen het kleine straatje weer in. En nog een klein straatje in. En nog een klein straatje. Geen wonder dat niemand de kerststal wist te vinden. Hoewel, als hij in de winkelstraat had gestaan had iedereen er langs gerend. Aan het einde van het laatste straatje zag ze al wat licht. En toen ze de hoek omkeek zag ze de kerststal. ‘Wat mooi’, zei ze tegen de oude man en vrouw. ‘En wat is het hier stil.’ ‘Daarom vinden wij het ook zo mooi’, zei de oude man. ‘Omdat het hier zo stil is. Dan kun je er veel meer van genieten.’

‘Bij ons is het helemaal niet stil met Kerst’, zei het meisje. ‘Papa en mama zijn altijd heel druk. En ik hoor ze elk jaar ruzie maken, en dan zeggen zoiets als: “Wat doen we met jóuw ouders?” En dan komen er veel mensen en dan moeten we “gezellig zijn”, zegt mama altijd.’ ‘Wij krijgen nooit bezoek met Kerst’, zei de oude vrouw. Dat vond het meisje best zielig. ‘O, maar dat is niet zielig hoor’, zei ze. ‘Wij gaan altijd op bezoek bij iemand die alleen is. Iemand die net als deze kerststal in een afgelegen straatje woont waar niemand komt. En dan gaan we spelletjes doen bij de kerstboom. En dan nemen we altijd een kerststalletje mee.’ ‘Ja, want de kerststal stond ooit ook ver afgelegen van de dorpen en de steden’, zei de oude man. ‘En alleen wie het echt wilde vinden kon er komen.’ ‘Door de ster achterna te reizen’, zei het meisje. ‘Ja, door de ster achterna te reizen’, zei de oude man.

‘Maar kom,’ zei de oude vrouw, ‘je moet naar huis, kleine meid. Het wordt al donker.’ ‘Denk je dat je de weg naar de kerststal kunt terugvinden?’ zei de oude man. ‘Ja hoor’, zei het meisje, terwijl ze weg rende. ‘Hoe dan?’ riep de oude man haar nog na. Ze wees omhoog. ‘Door de ster te volgen meneer! Vrolijk kerstfeest!’

Reageren

Reacties

Deel dit verhaal:
Otto Grevink

Geschreven door:

Zoeken:

Populaire berichten

Kaarsjes:
Bekijk meer kaarsjes
Steek zelf een kaarsje aan
Kaars