Lachen om joden met carnaval: mag dat?

Je kon er op wachten. Het Belgische Aalst wist zich het afgelopen weekend volop in de internationale belangstelling. Vorig jaar waren er praalwagens met Joodse karikaturen te zien (pijpenkrullen, grote neuzen, zakken met geld, etc.). Buiten Aalst was de verontwaardiging groot: Joodse organisaties spraken van antisemitisme en aanzetten tot Jodenhaat. Het UNESCO schrapte het eeuwenoude carnavalsfeest van Aalst om die reden van de werelderfgoedlijst. Die fout zouden ze dit jaar niet weer maken, toch? Wel dus.

Al bij één van de eerste praalwagens was het raak. Daarop stonden mannen met haakneuzen en pijpenkrullen (en met opmerkelijk lange tenen). Het thema van de praalwagen was ‘Het Oilsjters Tribunool’. Zogenaamde ‘Rechters’ liepen naast de wagen om te oordelen over humor – een duidelijke verwijzing naar de internationale kritiek. Anderen waren verkleed als een kruising tussen orthodoxe joden en mieren. (zogenaamde ‘Kloagmieren”, een dialectvorm van Klaagmuren). Langs de kant van de weg stonden mensen die zich verkleed hadden met plastic haakneuzen en pruiken met pijpekrullen. En waren er buttons waarop het logo van Aalst was verwerkt tot een davidster.

Humor?

De kritiek was niet mals. ‘Joden worden als ongedierte weggezet, net als in de nazitijd’ was een veelgehoorde tendens op de sociale media. En het invloedrijke American Jewish Committee heeft zondag de Europese Unie verzocht een onderzoek in te stellen: “Wij veroordelen het antisemitische Aalster Carnaval, dat ongehinderd door de Belgische autoriteiten mocht plaatsvinden.” In Aalst, de burgemeester voorop, begrijpen ze de ophef niet. Humor toch? Dat snapt toch iedereen? Carnaval gaat volgens de Aalstenaar ook bij uitstek over het omdraaien van de realiteit: politici, instanties en religies worden snoeihard geridiculiseerd. Ga je hen vertellen dat je ergens geen grappen over moet maken, dan gooien ze er juist een schepje bovenop.

Waar ligt de grens?

Voor de zoveelste keer gaat het hier om een aanvaring tussen een groep die zich ernstig gekwetst voelt én een groep die de ophef niet begrijpt en niet van plan is ook maar iets te veranderen (ik noem een figuur als Zwarte Piet, maar ook een Ron Jans die in de voetbalkleedkamer vrolijk meezingt over ‘niggers’). Waar ligt de grens van humor of ironie? En als het niet kwaad bedoeld is, moet je er dan niet over zeuren? Maar wie bepaalt dat? 

Misschien is de Amerikaanse methode rondom de ontslagen voetbaltrainer Jans zo gek nog niet: het gaat er niet zozeer om wat je zegt, maar wie het zegt. En jezelf leuker, vrijgevochten of populairder maken door doelbewust de grenzen op te zoeken van wat de ander verdragen kan gaat niet op. Essayist Bas Heijne verwoordde het eens fraai in een reactie op de Zwarte Piet-discussie. Heijne: “Het gaat er niet om dat wij zo slecht zouden zijn, maar juist het tegendeel: dat we onszelf zo geweldig goed vinden”. 

 

2 reacties op “Lachen om joden met carnaval: mag dat?
  1. Avatar Dagmar schreef:

    Zegen

    Als je op het einde van de weg

    Als op het einde van de weg
    een nieuwe weg zich ontrolt;
    als we adem, woord en brood
    hebben gedeeld, geproefd;
    geef, dat wij elkaar los kunnen laten
    in vertrouwen op uw zegen,
    dat wij weer lachen als we elkaar weer zien.

    Dat je de weg mag gaan die je goed doet,
    dat je opstaat wanneer je valt,
    dat je mens mag worden in Gods ogen
    en die van anderen.

    Weet dat de aarde je draagt,
    dat je gaat in het licht
    en de wind je omgeeft.
    Dat je de vruchten van je leven proeft
    en gaat met vrede

    Tekst: Andries Govaart(Liedboek pagina 1335)

  2. Avatar Marij-ke schreef:

    Waar ligt de grens tot hier en niet verder?

    Drie versies van de beproeving in de woestijn [Mat. 4:1-11; Marc. 1:12-13; Luc. 4:1-13]

    [Mat. 4:1-11]
    [4] 1Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd» naar de woestijn om door de duivel op de proef» gesteld te worden. 2Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger. 3Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ 4Maar Jezus gaf hem ten antwoord»: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft» niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ 5Vervolgens nam de duivel hem mee naar de heilige stad en zette hem op het hoogste punt» van de tempel. 6Hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht» 9en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ 10Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ 11Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen» kwamen er engelen om voor hem te zorgen».
    Uit: Nieuwe Bijbelvertaling
    © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Deel dit verhaal:
Sjoerd Muller

Geschreven door:

Thema: Mijn tijd
26 februari 2020
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Krijg wekelijks inspiratie en praktische tips over geloof in je dagelijks leven in je mailbox.
Wij zullen je gegevens niet aan derden doorgeven.
Nieuwsbrief